Dat schrijft staatssecretaris Teeven van Veiligheid en Justitie aan de Eerste Kamer. In de nieuwe privacywetgeving van de Europese Commissie, die in de komende maanden wordt besproken door het Europees Parlement, is het recht om vergeten te worden en het recht van dataportabiliteit een groot goed. Teeven ziet daar wel struikelblokken in als het gaat om het contact tussen burger en overheid.

'Burger kan niet worden vergeten'

“In een sociale rechtsstaat kan een burger niet van de overheid verlangen dat hij wordt vergeten", schrijft Teeven. “ Een burger kan niet een beroep op de overheid doen om zijn gegevens in een algemeen beschikbaar format te verkrijgen en deze vervolgens aan elke willekeurige andere verantwoordelijke aanbieden, omdat de aard van de verwerking van gegevens door de overheid verschilt van de aard van andere verwerkingen."

Teeven vindt dat dat soort bepalingen alleen moeten gelden “voor de informatiemaatschappij" of dat er een duidelijke uitzondering moet worden gemaakt voor overheden. “Het is algemeen aanvaard dat het recht op verzet ook niet wordt uitgeoefend tegen verwerkingen van persoonsgegevens in openbare bij de wet ingestelde registers als het kadaster of het handelsregister."

Teeven vindt informatieplicht maar lastig

De Eerste Kamer had Teeven ook gevraagd in Brussel te pleiten voor een meer waarborgen rond het actief informeren van burgers als hun persoonlijke gegevens worden verwerkt door de overheid. In de ontwerp-verordening van de Europese Commissie is zo'n informatieverplichting opgenomen, maar Teeven ziet daar helemaal niets in. Hij zegt dat het in zijn ogen niet te doen is en niet wenselijk dat bijvoorbeeld de politie burgers actief laten weten dat hun persoonsgegevens of andere privacygevoelige informatie worden verwerkt.

Maar de Eerste Kamer geeft het nog niet zo snel op en heeft Teeven als oplossing aangedragen dat eventuele uitzonderingen op die informatieplicht dan maar moeten worden getoetst door toezichthouders of een functionaris voor de gegevensbescherming. De senatoren hebben Teeven gevraagd een dergelijke constructie voor te stellen aan de Europese Raad van Ministers, maar Teeven heeft laten weten dat niet van plan te zijn.

Verdachte moet kopie afluistertape krijgen

De Eerste Kamer en de staatssecretaris botsen ook over het idee om personen een kopie te geven van hetgeen aan data is verzameld door opsporingsdiensten. Dat kan zo ver gaan dat ook opgenomen telefoongesprekken moeten worden gekopieerd en aan de betrokkenen worden overhandigd. Teeven vond dat eerst niet te doen, de gegevens zouden zeer moeilijk te kopiëren zijn. Maar de Eerste Kamer vindt dat met de huidige technologie een kulargument.

Teeven blijft erbij geen schriftelijke meldingen te willen doen over justitiële gegevens aan betrokkenen, maar schikt verder wel een beetje in. “Ik ben niet bij voorbaat gekant tegen verstrekking van een kopie van de verwerkte politiegegevens aan de betrokkene maar ben mij ervan bewust dat een dergelijke verplichting consequenties kan hebben op het gebied van de uitvoerbaarheid en de kosten, zeker als het gaat om gegevensbestanden die gegevens bevatten die niet verstrekt kunnen worden vanuit het oogpunt van het belang van de opsporing. Enige flexibiliteit kan wenselijk zijn, waarbij niet uitgesloten is dat in voorkomende gevallen kan worden volstaan met de mogelijkheid van inzage door de betrokkene."

Senaat praat volgende week verder

Volgende week praat de Eerste Kamer verder over de antwoorden van de staatssecretaris. De nieuwe Europese regelgeving over privacybescherming bestaat uit twee delen: eentje voor 'algemeen gebruik', de Data Protection Regulation, en eentje voor Jusititie en opsporingsdiensten. Het Europees Parlement wil die twee graag in samenhang behandelen en het liefst samenvoegen, de Europese Raad van Ministers is daarop tegen.