Cyberspionage neemt zo'n hoge vlucht dat het de economie en industrie van veel landen in gevaar brengt. De cyberspionnen en -dieven komen vooral uit China en in mindere mate uit Rusland.

Dat concludeert de Amerikaanse contraspionagedienst Office of the National Counterintelligence Executive in een nieuw rapport dat is gepresenteerd aan het Amerikaanse congres.

China hoofdverdachte

Bij veel cyberspionage aanvallen wordt vaak vermoed dat China erachter zit, maar die verdenking wordt meestal niet expliciet gesteld. Maar het rapport wijst wel nadrukkelijk naar de directe en indirecte betrokkenheid van de geheime diensten en andere overheidsorganisaties in China en Rusland.

In veel gevallen lijkt er geen betrokkenheid van de staat en wordt de cyberspionage uitgevoerd in opdracht van Chinese bedrijven, die op die manier op illegale wijze profiteren van bedrijfsgeheimen uit andere landen. Maar uit recent onderzoek ter plaatse van de Financial Times bleek dat veel cyberactiviteiten van bedrijven wel degelijk gelinkt zijn aan het Chinese leger of de centrale overheid.

Slapende cybercellen

Onder druk en door stimulans van de overheid worden zogenaamde cybermilities gevormd onder de dekmantel van de security-afdelingen binnen bedrijven, die als zelfstandige cellen opereren maar desgewenst ook voor staatsgeleide cyberoorlog kunnen worden ingezet.

Onlangs werd bekend dat vooral de chemische en nucleaire industrie de laatste maanden onder zwaar cybervuur heeft gelegen.

China ontkent

De reactie van China is even logisch als voorspelbaar: het ontkent cyberspionage te stimuleren en vindt het Amerikaanse aantijgingen "onprofessioneel en onverantwoord", meldt Reuters.