De dag dat de lucht boven onze dorpen en steden daadwerkelijk bezaait is met onbemande vliegtuigjes is nog ver weg. Dat vertelt Dr. Parimal H. Kopardekar, bij NASA aangesteld als hoofdonderzoeker voor de ontwikkeling van een luchtvaartsysteem voor drones, aan The New York Times. Want hoewel de 'bezorgdrones' van Amazon en Google de tongen hebben losgemaakt, de komende jaren gaat het volgens hem nog niet gebeuren.

Er zijn namelijk te veel praktische bezwaren voor autonome bezorgdrones. Om te beginnen de uitdagingen met het weer en dan met name de wind. Drones wegen immers weinig en zijn zo behoorlijk vatbaar. Daarnaast zijn er veel objecten en overig luchtverkeer: van hoge gebouwen en antennes tot het reguliere verkeer van bemande helikopters en vliegtuigen. Laat nog staan een eventuele vijandige overname met illegale of gevaarlijke doeleinden.

Grootste probleem

Maar het grootste probleem is misschien nog wel de publieke acceptatie, denkt Dr. Kopardekar. Drones moeten namelijk opereren in situaties waarin "oma tuiniert en kinderen buiten voetballen" en dus zijn veiligheid en geluidsoverlast belangrijke factoren.

Drones voor burgers of bedrijven? Voordat het luchtruim bestookt wordt met allerhande drones moeten eerst de veiligheidsrisico's worden vastgesteld, schreef de FAA vorig jaar al.

NASA werkt desondanks verder aan een tweede luchtvaartsysteem voor onbemande vliegtuigjes. De ruimtevaartorganisatie adviseert de Amerikaanse luchtvaartautoriteit FAA al langer bij reguliere vliegtuigen. In een toekomstig geautomatiseerd systeem voor drones vliegen de meesten waarschijnlijk op 120 tot 150 meter hoog.

Wel in de landbouw

De levensvatbaarheid van commerciële drones hangt sterk af van twee factoren: hoeveel mensen wonen er in een gebied en hoeveel mensen zijn er bereid om te betalen voor de dienst. In dat licht kunnen we wel al snel drones verwachten in bijvoorbeeld de landbouw - denk aan bijvoorbeeld de monitoring van gewassen - of bij afgelegen oliepijpleidingen.

Pas over een jaar of vijf kunnen bezorgdrones hun werk doen. Dat zullen in eerste alleen maar extreem dunbevolkte gebieden zijn, zoals het platteland van Australië waar Google momenteel de testvluchten doet van Project Wing.