Ons hotel deed niet aan internet en wifi was nergens te bekennen. Een inbelabonnement heb ik al sinds jaren niet meer – hier in Silicon Valley dendert 9 megabit via de kabel de woonkamer binnen.

Een medehotelgast bood uitkomst. Buiten het appartementencomplex om de hoek kon je een open wifi-netwerk opvangen, had hij ontdekt. En dus stond ik later die avond in het donker te kijken hoe de pda de e-mails ophaalde. Het netwerk viel vaak weg, maar na een half uur was de klus geklaard.

Naar nu blijkt speelde ik met vuur die avond. Had de politie me gesnapt, hadden ze me kunnen oppakken voor inbraak op een computernetwerk. Want criminelen zijn het, die wifi-gebruikers die ervan uitgaan dat een open netwerk ook open staat voor bezoekers. Vraag dat maar aan Gregory Straszkiewicz. Die stond in Engeland op straat met zijn laptop toen hij werd aangehouden door de politie.

Inbraak op een computernetwerk en het op oneigenlijke wijze verkrijgen van digitale communicatie, luidde de aanklacht. De meest hilarische klacht was nog wel het 'bezit van apparatuur waarmee op frauduleuze wijze een communicatiedienst gebruikt kon worden'. De kenner ziet in deze omschrijving een laptop.

Dit vergrijp kwam Straszkiewicz op een boete van 500 pond te staan, zo'n 734 euro. Wat Straszkiewicz precies deed net zijn laptop, vertelt het verhaal niet. Maar de kans is groot dat hij, net als ik toen in Colorado, slechts zijn e-mail wilde lezen.

Straszkiewicz is niet alleen. Afgelopen april belde Richard Dinon de politie in de staat Florida omdat er een man op straat in zijn auto met een laptop zat. De automobilist werd gearresteerd en is beschuldigd van het hacken van Dinons netwerk. Dinon had zijn draadloze netwerk niet afgeschermd omdat zijn buren toch allemaal oud zijn, vertelde hij tegen de St. Petersburg Times.

Natuurlijk heeft justitie gelijk. Je mag niet zomaar en ander zijn internet gebruiken. Maar de wereld is vergeven van draadloze netwerken die, bewust of onbewust, open staan. En daar zit nu juist het probleem. Als argeloze wifi-gebruiker kan je onmogelijk zien of een netwerk open staat omdat de eigenaar graag deelt of omdat hij gewoon dom is.

Toegegeven, het instellen van een SSID of van een WEP- of WPA-wachtwoord op een gemiddelde router is nog moeilijker dan het negeren van e-mails die zeggen dat je je wachtwoord van de Postbank online moet invullen. Helaas bestaat er geen wet tegen domheid, wel tegen het gebruik van een open wifi-netwerk.

Totdat die regels veranderen zit er daarom niets anders op. Gebruikers van draadloze netwerken moeten ondergronds. Kruip onder een Albert Heijn tas als je met je laptop op straat zit. Er zijn vast wel ondernemers speciale bruine papieren zakken kunnen ontwerpen. Zo'n model waar zwervers in Amerika hun blikje bier in stoppen, omdat je op straat niet mag drinken. Iedereen weet dat er bier in die zak zit, maar wat niet weet, wat niet deert.

Als je papieren zak is verregend en oom agent spreekt je aan, zeg je gewoon dat je een brief naar oma aan het tikken bent. Knappe smeris die terplekke bewijst dat je online bent, welk draadloos netwerk je gebruikt en dat je geen toestemming van de eigenaar hebt.

Werkt dat niet, zullen we moeten overstappen op B: hacken tot we erbij neervallen. Elk netwerk wordt daarbij vogelvrij verkaard, op voorwaarde dat je zo veel mogelijk schade aanricht. Haal illegale bestanden op, stuur bommeldingen, alles om de eigenaar van het netwerk erop te wijzen dat het zijn burgerplicht is om de beveiliging beter te regelen.

Het gebruik van een open wifi-netwerk moet een grondrecht worden. Want de volgende skivakantie komt eraan.