Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gebruikt het achtergrondgeluid van elektriciteitsnetwerk om de authenticiteit van bewijsmateriaal te bevestigen. Het lichtnet produceert een zoemtoon die overal te horen, maar die we zelf als ruis wegdrukken. Geluidsopnames registreren de toon wel. Deze zoem bevat een unieke vingerafdruk die wordt veroorzaakt door variaties in het netwerk.

Databases met zoemtoon

Het lichtnet werkt op een frequentie van rond de 50 hertz en variaties daarin van bijvoorbeeld 49,5 naar 50,5 hz leveren een uniek patroon op, de Electronic Network Frequency (ENF). Hierdoor kunnen geluidsopnames op echtheid worden gecontroleerd (PDF). De zoemtoon van het elektriciteitsnet vormt een verifieerbare tijdlijn in het achtergrond van een opname. Bij aanpassingen in het audiospoor van bewijsmateriaal duikt er een ander patroon op.

Het NFI onderzoekt bewijsmateriaal voor politie en Openbaar Ministerie en is ook bezig met forensisch onderzoek met behulp van ENF. Met de methode wordt enkele keren per jaar aangetoond dat audio-opnames authentiek zijn als de vraag rijst of een geluidsbestand is gemanipuleerd. In een aantal onderzoekslaboratoria in Europa wordt het achtergrondgeluid daarom 24 uur per dag opgenomen.

“Binnen Europa is het patroon overal hetzelfde", vertelt onderzoeker Zeno Gerardts van het NFI. “Electriciteitsnetwerken zijn hier zodanig aan elkaar gekoppeld dat we voor onderzoek bijvoorbeeld databases uit Frankrijk en Engeland kunnen gebruiken." Variaties in het netwerk worden opgewekt door de verschillende energiecentrales die Europa telt.

Knipperen licht

De methode werkt niet altijd, bijvoorbeeld door moderne ruisonderdrukking die de bromtoon wegdrukt. “In analoge systemen hebben we vaker succes", aldus Gerardts. “Dat heeft te maken met langere fysieke kabels die meer van de ENF oppikken." Moderne apparatuur lijkt dus de forensische methode te dwarsbomen, maar er wordt inmiddels ook gekeken naar de ENF in video-opnames (PDF).

Het voor het menselijk oog nauwelijks waar te nemen knipperen van bijvoorbeeld TL-lampen bevat hetzelfde patroon van het elektriciteitsnetwerk. Het nadeel daarvan is dat dit ook op die 50 hz zit en beeldopnames op zo'n 25 tot 30 plaatjes per seconde schieten, vatten niet die hogere frequentie van omgevingslicht. Bij verschillende experimenten boekten wetenschappers van de University of Maryland wel succes, zelfs als de lampen van de ruimte zelf waren uitgeschakeld, omdat omgevingslicht uit naburige ruimtes al genoeg referentiemateriaal gaf om de ENF te vinden.

De methode om fluctuaties in het licht te meten werkte in de tests alleen met camera's die een vaste positie hebben. De wetenschappers zijn van plan verder onderzoek te doen om ENF te meten op video's waarbij de camera beweegt. Ook wordt er momenteel data verzameld om een onderzoek op grote schaal uit te voeren.