Op ontwikkelaarscongres I/O richtte Google zich nauwelijks op nieuwe Android-functionaliteiten en veel meer op API’s en applicaties. Ars Technica merkt op dat dit onderdeel is van een nieuwe Google-strategie om Android-fragmentatie te bestrijden. Via Google Play-services worden nieuwe functies vaker ingezet, zodat gebruikers en ontwikkelaars niet hoeven te wachten op de nieuwe Android-versies.

API interessanter dan OS

Het OS beheert de gebruikersinterface, kernel en drivers, maar veel functionaliteiten komen via de API’s. Wat daarom voor ontwikkelaars in veel gevallen interessanter is dan het besturingssysteem zijn de beschikbare API’s. Hiermee kunnen diensten en dus functionaliteiten worden gekoppeld aan de apps die ze bouwen.

Ars Technica beargumenteert dat dit dé manier is om fragmentatie te omzeilen. In 2011 al waren ontwikkelaars blij met de API-bibliotheek van Google, omdat app-bouwers dan minder aandacht hoefden te besteden aan verschillende platformversies en zich meer konden richten op functionaliteiten die op deze manier aan te boren zijn.

Updates via services

Google Play-services, met het puzzelstukicoon, is vorig jaar uitgerold op alle Androids met Google Apps (wat geldt voor de meeste commerciële modellen) vanaf versie 2.2. Deze functie is vooral bekend geworden omdat Google het gebruikt om applicatiescans op toestellen zelf uit te voeren om malwareverspreiding tegen te gaan. Op deze manier wordt ook misbruik van de APK-bug tegengegaan zonder dat er gewacht hoeft te worden op de fix in het OS.

Services staat aan de basis het OS en heeft systeemtoegang tot de kern van Android. De ‘app’ heeft enorm veel machtigingen en kan niet worden aangepast door fabrikanten die aanpassingen maken aan Android om bijvoorbeeld hun eigen GUI te koppelen. “Play Services fungeert eigenlijk als een shim tussen het besturingssysteem en de apps”, schrijft Ars.

Android verandert geleidelijker

Fragmentatie is al jaren een probleem bij Android. Zo’n 36 procent van de gebruikers zit momenteel op een versie van vóór 4.x, terwijl Ice Cream Sandwich (4.0) alweer bijna twee jaar geleden uitkwam. Overigens zijn deze cijfers afkomstig van het aantal gebruikers dat app-winkel Play bezoekt, dus de fragmentatie van Android-forks blijft buiten beschouwing.

Dit hangen op oude platforms wordt deels veroorzaakt doordat gebruikers met midrange of budgettoestellen (een markt die véél groter is dan die van de vlaggenschepen waar de aandacht in de regel naar uitgaat) geen updates ontvangen. OEM's merken vaak dat de hardware van oudere toestellen zich niet goed leent voor een update, zoals Sony vorig jaar ondervond.

Daarom blijven deze gebruikers met hun huidige versie zitten tot er een nieuw apparaat wordt gekocht, een cyclus die in de regel een jaar of twee duurt. Er is Google dan ook veel aan gelegen om deze fragmentatie minder problematisch te maken voor ontwikkelaars en gebruikers.

Einde aan updatecircus

Het grote voordeel van het inzetten van Google Play-services voor verbeteringen is dat er minder druk komt op fabrikanten als Samsung en HTC om een nieuw besturingssysteem uit te rollen op apparaten. Het duurt in de regel lang – als het al gebeurt – dat gebruikers van een toestel dat geen Android-vlaggenschip is worden bijgewerkt naar een nieuwe versie.

Gebruikers én ontwikkelaars zijn dit updatecircus zat en volgens Ars bouwt Google de ‘grote Android-update’ af. “Het lijkt erop dat Google hier al een tijdje mee bezig is; de laatste drie versies droegen allemaal de naam ‘Jelly Bean’. Grote, monolithische Android-updates zijn waarschijnlijk voorbij – ‘uitgestorven’ is misschien een toepasselijkere term.”