Dat oordeelt het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) in een langslepende zaak van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) tegen de mobiele operators.

88 miljoen boete

De NMa concludeerde in 2002 dat onder meer Ben (nu T-Mobile), KPN en Libertel Vodafone (nu Vodafone) in 2001 hun marktgedrag onderling hadden afgestemd. Vodafone had tijdens een samenkomen van de bedrijven aan zijn concurrenten gemeld dat het de vergoedingen die dealers van post-paid abonnementen krijgen structureel zou verlagen.

De NMa concludeerde dat dit concurrentie beperkend gedrag was en deelde boetes uit van in totaal 88 miljoen euro aan de verschillende bedrijven. KPN kreeg ruim 30 miljoen euro boete, Vodafone 24 miljoen, T-Mobile 15 miljoen en Orange (destijds Dutchtone) 11,5 miljoen.

De operators gingen in beroep. In 2006 werden de boetes door de rechter goeddeels teruggedraaid en Orange werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Uitwisseling van info ook kartel

Daarna stelde het CBb vragen aan het Europese Hof van Justitie over de exacte criteria van het Europese kartelregels. De organisatie wilde weten of het gedrag zoals vertoond door Vodafone mogelijk onder het Europese kartelverbod kon vallen.

Ja, concludeerde het Hof, want de aankondiging van Vodafone om dealers minder te gaan betalen was “uitwisseling van informatie met de strekking de mededinging te beperken." De informatie was namelijk "geschikt om te leiden tot verhindering, beperking of vervalsing van de mededinging."

Bewijslast bij operators

Met dit nieuwe, strenge criterium moet de NMa opnieuw onderzoek doen naar de kwestie en een nieuw besluit nemen over de boetes. Het Hof zegt daarbij dat het aan de operators is om te bewijzen dat die afstemming geen invloed op hun marktgedrag heeft gehad.

“Of hetgeen de operators aan bewijs hebben aangedragen voldoende is om het vermoeden van causaal verband in dit geval te weerleggen, moet NMa opnieuw onderzoeken. Bovendien dient NMa, zoals de rechtbank al had bepaald, onderzoek te doen naar de gevolgen van de overtreding teneinde de zwaarte hiervan vast te kunnen stellen", oordeelt het CBb.