Die stelling moet voor sommigen geen verrassing zijn. Ik heb enkele maanden geleden in mijn Enterprise Desktop blog een soortgelijke conclusie getrokken. Toen het nieuws van het bestaan van een Google OS-project uitlekte, gaf ik het geen enkele kans van slagen. Na het bekijken van de Chrome OS-presentatie door het soms gepikeerd klinkende ontwikkelteam van Google ben ik er meer dan ooit van overtuigd dat mijn eerste inschatting de spijker op de kop slaat.

Fout 1: de Linux-basis

Ten eerste is er de kernarchitectuur. Chrome OS is een afgeleide van Linux en bouwt daar op voort om een lichtgewicht desktopomgeving te maken die geheel op het web is gericht. Het erft daarmee wel alle nadelen van dat platform, inclusief de wisselende hardwarecompatibiliteit. Van energiebeheer tot beeldschermondersteuning, Linux is lange tijd een mijnenveld geweest van slechte code en halfbakken implementaties van device drivers. Google erkent dit en neemt - in navolging van Apple - de draconische maatregel om distributie van Chrome OS alleen toe te staan op een reeks nog niet onthulde netbook-achtige apparaten.

Dat besluit is wel geboren uit wanhoop. Google weet dat het onmogelijk is zowel een levensvatbaar ecososysteem voor de hardware op te zetten als de eigen release-deadline van 'mid 2010' te halen. Dus in plaats van te kiezen voor de moeilijke weg van het praten met en slijmen naar hardwareproducenten en het opzetten van certificeringsprocessen, neemt Google de makkelijke weg. Het kiest voor micromanagen; welke systemen mogen wel met Chrome OS de fabriek uit. De verantwoordelijkheid voor de rest van het hardwarecosysteem wordt daarmee gedumpt op de schouders van de open source-gemeenschap.

Fout 2: de web-gebruikersinterface

En dan is er nog de gebruikersinterface. Google beziet de wereld door het prisma van een webpagina. Dus is het geen verrassing dat de voornaamste interface voor Chrome OS bestaat uit … Chrome, dus de Google-browser. In tegenstelling tot een traditioneel besturingssysteem is er helemaal geen desktop. De 'applicaties' die draaien op Chrome OS zijn eigenlijk slechts interactieve webpagina's. De tabbladen van de Chrome-browser zorgen ervoor dat die 'applicaties' van elkaar gescheiden zijn, en visueel georganiseerd worden op het beeldscherm. Basale configuratietaken, zoals het instelling van wifi, worden uitgevoerd via pop-up vensters van Chrome OS. Een eenvoudige statusbalk aan de bovenkant van het scherm geeft informatie over batterijduur, netwerkverbinding, enzovoorts.

Helaas zijn die interface-elementen allemaal niet echt origineel of aanlokkelijk. De indeling in tabs en de vast-te-koppelen favorieten zijn duidelijk afgeleid van Mac OS X en/of Windows (welke van de twee hangt af aan wie je het vraagt), net zoals de status-icoontjes en de uitklapbare applicatiemenu's. Eigenlijk is er niets aan de user interface van Chrome OS dat er uitspringt als echt innovatief. Het vervangt simpelweg een reeks metaforen (Start Menu, taakbalk of dock, systeemvak) met een verzameling 'webified' equivalenten.

Ik kan wel de voordelen waarderen van het schrappen van die zware legacy-lagen van traditionele besturingssystemen. Web-content is lichter en makkelijker te isoleren vanuit een security-oogpunt. Bovendien dient dat het algemene nut van het platform.

Fout 3: inflexibel

De wereld wil geen inflexibel besturingssysteem. Dat is het punt waar Chrome OS volgens mij helemaal de plank misslaat. Google probeert het traditionele OS-model zo slank mogelijk te maken. Maar daarmee gooit het net die ene eigenschap weg die Windows - en ook wel Mac OS X en een volledige Linux-installatie - juist zo succesvol heeft gemaakt: flexibiliteit.

Eenvoudig gezegd: Chrome OS is te nauw, te beperkt. Het neemt aan dat de wereld klaar is om de traditionele aanpak van 'personal computing' op te geven, om dan full time in de cloud te leven. De meeste gebruikers geven echter de voorkeur aan een hybride bestaan. Met een deel van hun data en applicaties lokaal opgeslagen, en een ander deel - meestal de gratis dingen, zoals Gmail - ergens online gehost.

Misschien is het wel het makkelijkste om Chrome OS in perspectief te plaatsen door het te vergelijken met de voornaamste concurrent: Windows. Net als Chrome OS laat dat besturingssysteem je je systeem starten, het web surfen en je data beheren. Windows laat je ook lokale, zogeheten rijke, applicaties en diensten draaien. Op de hardware van je keuze. Niet net als Chrome OS.

Vergeet niet dat Google de toegestane hardware voor Chrome OS flink beperkt. Geen harde schijven of dvd-drivers; voor opslag alleen ssd's (solid state drives). Dat kan wel het stroomverbruik verminderen en de opstarttijd verkorten (alsof dat tegenwoordig nog echt een probleem is). Tegelijkertijd betekent dat ook dat je zonder een werkende internetverbinding niet je eigen apps kunt draaien, of data kunt opslaan en weer lezen.

Fout 4: naast pc of Mac

Bovendien zijn de ondersteunde laptops alleen netbooks, met lichte processors die niet zo goed in staat zijn zwaardere functies te vervullen. Ok, Google zegt dat je voor dat soort toepassingen een pc of Mac kunt gebruiken. En Google heeft daarin gelijk: dat is wat je zult doen. Maar waarom je dan daarnaast ook een 'web-only' appliance zou willen, dat is een moeilijke vraag om te beantwoorden.

Kortom, alles wat je op Chrome OS kunt doen, kun je net zo goed doen op Windows. En er zijn miljoenen dingen die je nu op Windows kunt doen, die je nooit kunt doen op Chrome OS. Dus wees niet verbaasd als je verhalen hoort dat 'early adopters' van Chrome OS hun netbook proberen te formatteren om Windows 7 Starter Edition te installeren. Mensen zijn immers snel afgeleid en ik heb alweer genoeg van Chrome OS.