Zo'n tien tot vijftien jaar geleden werd een GIS-afdeling vaak gezien als een kaartenfabriek die ergens in een stoffige uithoek van het bedrijf zat weggestopt. Ze zorgden ervoor dat leidingen werden ingetekend, waarna je een mooi kaartje kon plotten. Voor netbeheerder Alliander is het GIS inmiddels echter onmisbaar. Want alleen al in het Alliander gebied in Nederland ligt meer dan 125.000 kilometer aan kabels en leidingen in de grond, bevinden zich zo'n 80.000 stations in 158 gemeenten en vertrouwen bedrijven, organisaties en miljoenen huishoudens op in totaal 5.200.000 elektra- en gasaansluitingen. Zonder accurate geografische informatie is het onmogelijk om dit gigantische en complexe energienetwerk te goed beheren.

Uitrollen zonder impact

Bij Alliander wordt het GIS op twee verschillende manieren gebruikt, vertelt informatiemanager Jan van Gelder. Zo is er een registratief GIS en een GIS voor raadplegen en analyses. "Het registratieve GIS wordt alleen gebruikt door de gegevensbeheerders, vroeger noemden we dat de tekenaars. In dit systeem kunnen verschillende mensen tegelijkertijd op dezelfde plek leidingen, kabels en stations intekenen. Je hebt er te maken met technische complicaties als lange transacties en multi-user editing. Het systeem moet stabiel blijven en er mag zo min mogelijk aan gesleuteld worden."

Het tweede GIS is bedoeld voor het raadplegen en analyseren van de gegevens. Deze omgeving is het belangrijkst voor de organisatie. "Dankzij de logische en fysieke scheiding kunnen wij sneller en makkelijker innoveren, omdat we niet aan het registratieve GIS hoeven te komen", stelt van Gelder. "Projecten in het registratieve GIS duren al snel een half jaar tot een jaar, terwijl een nieuwe app voor de business het liefst volgende week al af moet zijn. Dankzij deze scheiding kunnen wij een nieuwe app uitrollen zonder dat het impact heeft op het registratieve GIS."

Van statisch naar dynamisch model

Het GIS "weet" hoe alles in het netwerk met elkaar verbonden is, dit is functionaliteit die specifiek voor netbeheerders erg belangrijk is Jan van Gelder: "Dat is wat wij de netwerk-connectiviteit en tracing-functionaliteit noemen. Het stelt ons in staat om het netwerk te bevragen. Stel er is een storing op een onderstation, dan willen wij zo snel mogelijk weten hoeveel klanten er getroffen zijn. Dat soort informatie kun je heel snel uit het GIS halen, door het leidingennetwerk achter het station af te lopen en te tellen hoeveel aansluitingen er gevonden worden."

Op dit vlak wordt hard gewerkt aan innovaties, vult Peter de Koning als lead IT-consultant aan: "Stel er gaat een kabel kapot. Dan kan een netmanager besluiten om tijdelijk een andere route te gebruiken. Het GIS bevat alleen een statisch model van het netwerk, de zogenaamde normaalschakeling. Tijdens onderhoud of storingen aangepaste schakelingen zijn afwijkingen van de normaalstand, die komen niet in het GIS terecht. Je krijgt dan niet de juiste getroffen klanten te zien. Daarom gaan wij binnenkort het GIS voeden met schakelstanden die uit ons Distributie Management Systeem (SCADA-systeem) komen, en dan weet ook het GIS hoe het netwerk in werkelijkheid geschakeld staat, zodat je altijd de juiste getroffen klanten ziet. Dat is iets unieks wat nog nagenoeg niemand heeft en waarmee wij nog beter kunnen plannen en informeren."

Scenario's doorrekenen

Geografische gegevens worden voor veel doeleinden gebruikt. Waaronder het zogenaamde net-rekenen. Eens in de zoveel tijd wordt het volledige energienetwerk doorgerekend om te bepalen of de capaciteit voldoende is. Peter de Koning: "Je wilt geen overbelasting in het netwerk. Als je kabels langere tijd hoog belast, gaan ze minder lang mee en moet je eerder grote investeringen doen. Kabels uitgraven en vervangen veroorzaakt ook nog eens veel overlast. Je kunt niet alleen de nu-situatie doorrekenen, maar ook toekomstige scenario's. Stel dat veel mensen met elektrische auto's gaan rijden, wat doet dat dan met het netwerk. Zo schets je een beeld waar het in de toekomst naartoe kan gaan en kun je daarop anticiperen. Waar zitten de knelpunten en wat is eraan te doen."

Dit rekenmodel wordt steeds dynamischer, voegt Jan van Gelder hieraan toe: "In een proefgebied kunnen we live meetwaarden visueel op een kaart laten zien. Hoe dikker een getekende leiding, hoe meer energie er doorheen gaat. Je ziet zelfs de richting waarin het loopt. In één oogopslag heb je een beeld van de performance van het netwerk."

Risicomodellen

Het GIS wordt voor steeds meer toepassingen gebruikt. Zoals de veiligheidskaart gas, bedoeld voor risico-gebaseerd onderhoud. Peter de Koning: "Gasleidingen van een bepaald type materiaal kunnen kleine haarscheurtjes vertonen als de grond verzakt en de buis niet egaal mee zakt. Dat kan geen kwaad en is niet gevaarlijk, maar als het bijvoorbeeld in de buurt van een kinderdagverblijf is, classificeren wij dat als een hoger risico dan wanneer het om een lege schuur gaat. Door onze eigen data over de ligging en het type gasleiding te koppelen aan externe informatie zoals adressen en gebouwen, kunnen wij een risicomodel maken, zodat leidingen met een hoger risico als eerste gesaneerd kunnen worden. Dankzij het GIS kunnen wij vervangen waar dat het meest relevant is. Zodat wij veilig en betrouwbaar gas blijven leveren."

Jan van Gelder: "Er wordt steeds meer informatie gedeeld tussen netbeheerders en overheden. Alles wat impact kan hebben op een leidingennet. Daardoor kunnen wij steeds geavanceerdere modellen bouwen om risicogericht asset-management te bedrijven. Dat is ook de ambitie van Alliander. We willen een data-gedreven netwerkbeheerder zijn. Je ziet dat het GIS een duidelijke impact heeft op onze planningsprocessen. In het verleden vervingen we leidingen op basis van ouderdom. Nu kijken we waar we als eerste moeten vervangen om aan de veiligheidscriteria te blijven voldoen. Dat is niet alleen efficiënter maar vooral ook veiliger."