Wie met de gemeenschapsversies van Linux aan de slag wil heeft veel keuze, waarbij Fedora, OpenSUSE en Ubuntu toch wel de meest prominente zijn. Toch is het maar helemaal de vraag of de systemen veel toevoegen aan de markt, omdat de meeste veel andere software opnieuw inpakken en aanbieden aan de markt.

Fedora voor de 'elite'

Uiteindelijk blijken er toch meer verschillen te zijn dan het feit dat Fedora van RedHat afkomstig is, OpenSUSE van Novell en Ubuntu van een iets te rijke zakenman. Er zijn subtiele verschillen, die voor de gebruiker een wereld van verschil uitmaken.

Wie echt gaat voor de desktop is bij Fedora nou niet aan het beste adres. Een voormalig projectleider wijst erop dat zijn distributie vooral het beste is voor de ontwikkelaar, student of professional en op de server. Hij is dan ook blij dat de twee anderen zich stevig op de desktop richten. Blakend van zelfvertrouwen stelt het project dat de slimste, meest intelligente ontwikkelaars software bouwen binnen het Fedora-project. In november kwam Fedora 10 uit.

Strijd op de desktop

Op de desktop wordt het dus een strijd tussen Ubuntu en OpenSUSE. De laatse bracht net voor kerst een nieuwe versie uit en kreeg lovende kritieken. Eigenlijk vergelijkbaar met de reacties op Ubuntu dat een ruime maand eerder dezelfde wierook kreeg toegezwaaid.

Ubuntu is sterk met de eenvoudige interface, de goede hardware detectie en het feit dat het meeste out-of-the-box draait. Het is erg geschikt voor de beginnende gebruiker, terwijl ook de die-hard-Linux-fan de distributie met plezier gebruikt. Ook de Live-cd, waarmee het project sterk is, wordt goed gewaardeerd. Tot slot is er een bijzondere editie voor de Asus eeePC, waarbij ook een schitterende interface wordt meegeleverd.

Novell's OpenSUSE kan al jaren pochen op de installer en configuratieprogramma Yast, waarmee het relatief eenvoudig is de machine onder controle te houden. Ook knutselt het bedrijf stevig aan de interface om de standaard grafische interfaces mooier te laten lijken. Daardoor heeft de nieuwe versie nog KDE 4.1, maar heeft het wel veel mogelijkheden van 4.2 overgezet.

Bijdragen aan gemeenschap

Maar er is meer dan functionaliteit alleen. Zo is het voor veel mensen heel belangrijk wat een project maatschappelijk betekent. Zo staan Fedora en OpenSUSE bekend op grote bijdragen aan bijvoorbeeld grafische omgevingen KDE, Gnome of ontwikkelsoftware als GCC en de Linux-kernel. Ubuntu is daar duidelijk geen leider in.

Voor concurrenten van OpenSUSE ligt de historie met Novell en de achterliggende deal met Microsoft gevoelig. Toch is er geen bewijs dat er daadwerkelijk een dreiging van die deal uitgaat, want het project kan ongestoord zijn gang gaan en is eigenlijk een zelfstandig project.

Ubuntu is weer duidelijk leider in het bouwen van een eigen gemeenschap en dat uitdragen met ijzersterke marketing zonder budget. Zeker in Nederland heeft de gemeenschap veel mensen aan zich weten te binden met installparties, lezingen of door zelfs bij de mensen thuis langs te gaan .

Moordende concurrentie, niet dodelijk

De concurrentie tussen de projecten mag moordend lijken, maar geen van de projecten verwenst desgevraagd een andere distributie naar het hiernamaals. Sterker nog: er blijkt actief overleg en samenwerking tussen de projecten te zijn. Als er partijen mogen omvallen dan zijn het voor de meeste Linux-fans vooral de partijen die gesloten software leveren.

Alle voormannen die Webwereld sprak hopen dat mensen naar Linux komen en zien het liefst dat men hun distributie neemt, maar vinden een ander prima. Als je niet beter weet dan lijkt zelfs dat antwoord centraal gemaakt en gedistribueerd. De gebruiker zal zelf moeten kiezen.