De voorheen grootste overname was die van digitaal marketingbedrijf aQuantive. Voor dat Amerikaanse bedrijf betaalde Microsoft, dat zelf al een reputatie als marketeer heeft, in de zomer van 2007 6,3 miljard dollar.

Maar het aanvankelijke overnamebedrag is niet de enige maatstaf voor een Microsoft-megadeal. Ook omdat aQuantive geen gouden koop is gebleken. Geld is geen garantie voor de toekomst. Dus of de megakoop van Skype de 8,5 miljard dollar in contanten waard is, moet nog blijken. Vóór Skype heeft de marktdominante softwareleverancier in ieder geval al meerdere goede aankopen gedaan.

Eerste cloud

Na de inhaalslag die Internet Explorer versie 4 in 1997 wist te behalen op concurrent Netscape (4.0) had Microsoft nog altijd weinig terrein op de online-markt. Het browsertij begon weliswaar te keren voor de Windows-maker, maar gebruikers gingen met IE, op Windows, naar andermans sites en diensten. Met de filosofie dat de browser het nieuwe platform is, weliswaar verankerd aan het traditionele platform Windows, ontbrak het Microsoft aan ‘applicaties’ op dat nieuwe platform.

Dus werd eind 1997 de bekende gratis webmaildienst Hotmail opgekocht, voor naar schatting 400 miljoen dollar. In één klap had Microsoft nu een eigen webdienst, of in moderne woorden: cloud of SaaS (software as a service). Overigens was dat een online-aanwezigheid die toen draaide op Unix-varianten: Solaris van Sun Microsystems en het open source BSD met de open source webserver Apache erbij. Een moeizame migratie naar Microsoft-software volgde.

Tot op heden is Hotmail naast chatprogramma MSN (lang geleden al herdoopt tot Windows Live Messenger) de bekendste online-activiteit van Microsoft. Het wordt door het bedrijf ook zelf aangeprezen als zijn eerste clouddienst, waarmee het dus prat kan gaan op ruim 13 jaar cloud-ervaring.

Security

Windows heeft een slechte reputatie wat security betreft. In Vista en Windows 7 zijn de muren en deuren flink versterkt. Eerder kreeg Windows XP dankzij service pack 2 (SP2) al flinke beveiligingsversterking. Ook belangrijk, voor het imago van Windows én de daadwerkelijke veiligheid van pc-gebruikers, is het gebruik van security-software.

Daar schort het nogal eens aan, zeker bij consumenten. Verouderde antivirus is volgens sommigen erger dan geen antivirus; het biedt een valse schijn van veiligheid. Maar beveiliging is niet gratis en wordt door veel gebruikers gezien als nazorg, of bijzaak. Dus heeft Microsoft de portemonnee getrokken en enkele leveranciers van antivirus, antispyware en meer security-software gekocht.

Vervolgens geeft het die producten weg aan consumenten, en verkoopt het ze aan ondernemingen. Voor de burger gratis zijn Windows Defender, Security Essentials en via Windows Update automatisch uitgevoerde malwarescans. Voor het bedrijf zijn er betaalde beveiligingsproducten, zoals Forefront. De Windows-wereld is weer wat veiliger, dankzij slimme aankopen door Microsoft.

Windows-kernelkennis

Je zou denken dat Microsoft de meeste kennis in huis heeft als het gaat om de diepere werking van Windows. Maar de beste, meest hardcore tools voor Windows waren vóór juli 2006 afkomstig van Winternals, makers van de onder techneuten bekende Sysinternals-tools. Uiteenlopend van het handige BGinfo, het knappe NTFS voor DOS, de complexe Process Explorer en Process Monitor, enzovoorts. Oh, en de hilarische BSOD-screensaver. Allemaal tools die niet alleen goed maar veelal ook gratis waren, en dat nog steeds zijn.

Deze koop heeft Microsoft niet slechts software opgeleverd, maar dus ook diepgaande kennis. De makers van de Sysinternals-tools, die voorheen Windows van buitenaf hebben ‘gehackt’, werden losgelaten op de broncode van het besturingssysteem. En wie dat dan zijn? Nou, de ontdekkers van de Windows NT-registerhack om de Workstation-variant om te schakelen naar de duurdere Server-variant. En de ontdekkers van de Sony-rootkit, die op Windows binnenkwam via Sony audio-cd’s. Om maar twee sterke staaltjes te noemen. De Sysinternals-tools en de Winternals-kennis zijn nuttig aangewend: kijk maar naar de technische verbeteringen in Vista en Windows 7, op beheer- én securitygebied.

Virtualisatie

Virtualisatiereus VMware is eind 2003 opgeslokt door EMC. Windows-maker Microsoft heeft net begin dat jaar de nummer twee op de opbloeiende virtualisatiemarkt gekocht. Het bedrijf Connectix, dat Virtual PC maakte en dat toen zijn Virtual Server-software bijna af had. Dit heeft uiteindelijk geleid tot virtualisatiesoftware voor desktops, servers en ook voor ‘kale’ servers; dus zonder (host) besturingssysteem onder de virtualisatielaag. Laatstgenoemde is een hypervisor, die ‘toezicht’ houdt op de virtuele machines die er bovenop draaien.

Microsoft heeft de aangekochte en doorontwikkelde virtualisatietechnologie ook ingebed in Windows. De zogeheten XP Mode in Windows 7 draait oude applicaties op dat oude besturingssysteem naadloos in de nieuwste Windows-versie. Voor eindgebruikers is de gevirtualiseerde XP-installatie niet zichtbaar. De Mac OS X-uitvoering van Virtual PC is geschrapt toen Apple overstapte op Intel-processors. De eerste versie van Connectix’ pc-virtualisatiesoftware stamt uit 1997, en is toen gemaakt voor het Mac OS (van vóór OS X). De Windows-uitvoering is in 2001 uitgekomen. Twee jaar later heeft Microsoft het hele bedrijf gekocht

Oorsprong Microsoft-imperium

En tot slot natuurlijk de megadeal die Microsoft als platformspeler mogelijk heeft gemaakt: het disk operating system dat na wat verbouwing MS-DOS heeft opgeleverd. Gekocht voor 50.000 dollar, wat toen voor de oorspronkelijke maker vast een welkom en groot bedrag was. Alleen was de waarde natuurlijk veel groter, want Microsoft had al een deal met computerreus IBM om zijn aanstaande topgeheime microcomputer te voorzien van een licht besturingssysteem.

Alleen had Microsoft een dergelijk product helemaal niet in huis. Het bedrijfje was toen alleen groot in de programmeertalen voor de snelgroeiende, maar bescheiden en versplinterde markt van de microcomputers. Dus gauw een slimme koop. QDOS (Quick and Dirty Operating System) is net op tijd aangekocht om een besturingssysteem te hebben voor partner IBM, die juist voor dat product naar Microsoft was gekomen.

En die deal, waarbij Microsoft sluw zelf het eigendom behield op MS-DOS, heeft het bedrijf groot gemaakt. Toen de pc-kloonbouwers om de hoek kwamen kijken, kon Microsoft aan hen exact hetzelfde besturingssysteem verkopen wat marktleider IBM gebruikte op zijn - duurdere - hardware. En zo ontstond de markt voor x86-compatibele computers met overal hetzelfde Microsoft-platform, waarop dus dezelfde applicaties draaiden.