Ah GNU/Linux, een besturingssysteem waar je van houdt of het haat. Door fans wordt het gezien als dé Windows-Killer terwijl naysayers het afdoen als een bij elkaar geraapt hobbyprojectje. De waarheid ligt waarschijnlijk ergens in het midden. Hoewel Linux nog steeds niet echt doorbreekt op de desktop wordt het al een tijdje goed ontvangen op de zakelijke markt. Menig server draait op een Linux-kernel en ook op de gemiddelde smartphone is deze niet meer weg te denken. Toch worden er op desktop-gebied grote sprongen gemaakt waardoor het in elk geval steeds makkelijker en aantrekkelijker wordt het systeem een kans te geven op de desktop.

Dit gaat echter niet zonder slag of stoot. Wie op zoek gaat naar een desk- of laptop waar Linux op is voorgeïnstalleerd, komt van een koude kermis thuis. Er zijn maar weinig winkels en fabrikanten die je daarmee kunnen helpen. Maar dat is nog niet het allerergste. Het zal je vast wel eens zijn opgevallen dat, als je begint over GNU/Linux op fora of je kennissenkring, de reacties nogal heftig zijn. Of men begint heel enthousiast te oreren hoe geweldig het systeem is en waar je moet beginnen of men raadt het met klem af. Meestal schermen de tegenstanders met argumenten die een jaar of vijf (en soms zelfs langer) geleden inderdaad relevant waren. Bovendien zijn sommige van deze argumenten net zo hard van toepassing op andere besturingssystemen waardoor sommige van deze argumenten al niet valide waren sinds dag één.

De hoogste tijd dus om de meest gehoorde (inmiddels irrelevante) argumenten eens onder de loep te nemen en eindelijk eens met pensioen te sturen.

1. Commandline-ellende

Dit is toch wel verreweg het meest genoemde argument in een Linux-discussie. Gebruikers zouden regelmatig de commandline moeten openen om bepaalde dingen gedaan te krijgen en dat is moeilijk en eng. Dit was misschien vroeger zo maar tegenwoordig is dat echt niet meer nodig. Als je met een moderne, bekende Linux-distributie werkt kan je makkelijk de boel configureren en aanpassen zonder ook maar één keer te klikken op het oh zo gevreesde terminal-icoontje.

Tuurlijk, het kán nog wel, en in sommige gevallen is het zelfs sneller en handiger dan je een ongeluk klikken door allerlei configuratieschermen, maar dat geldt voor alle besturingssystemen. Ja, je leest het goed. Ook onder Windows en Mac OS X kan je los gaan in de terminal. Sterker nog, Microsoft heeft z'n commandline-oplossing zelfs vernieuwd. Power-users kunnen hun hart ophalen in Microsoft's Powershell en je zal steeds vaker oplossingen op fora tegenkomen die, net als Ubuntu en OSX, uitgevoerd worden via de commandline.

2. Fragmentatie

Ubuntu, Red Hat, Debian, Suse, Fedora, CentOS, MaxOS, Peanut, Puppy, DSL, PCLinuxOS, Yellowdog, Gentoo, Xandros, Knoppix, Mint, SteamOS en zo kan ik nog wel even doorgaan. Ja, het is waar. GNU/Linux is in ontzettend veel smaken te krijgen, voor elke toepassing is er wel een Linux-distributie te vinden die daar perfect bij past. Als je net nieuw bent in de wereld van GNU/Linux kan deze lijst je flink afschrikken. Nergens voor nodig. Als beginner is het 't veiligst om te gaan voor de grootste, bekendste Linux-distributie, Ubuntu (al zullen sommige Linux-fans mij afmaken voor deze uitspraak). De reden waarom ik dit zeg is omdat steeds meer fabrikanten en ontwikkelaars Ubuntu als uitgaanspunt gebruiken wat software en drivers betreft.

Mocht je, om wat voor reden dan ook, een andere distributie kiezen, geen probleem. De kans is tegenwoordig niet meer zo groot dat je een applicatie vindt die niet op jouw distributie werkt. Natuurlijk zullen er altijd uitzonderingen blijven, zeker als je kiest voor een exotische, onbekende Linux-distributie maar over het algemeen zal je daar, als standaard desktopgebruiker, niet veel meer van merken en zelfs dan zijn er meestal oplossingen te vinden voor je probleem.

3. Drivers

Tja, drivers blijven een heikel punt voor computers. Het klopt inderdaad dat je niet blindelings naar de winkel kan rennen en zomaar een willekeurig stuk randapparatuur kan kopen en aansluiten met de achterliggende gedachte dat het meteen werkt, maar dat geldt voor alle besturingssystemen. Hoe vaak ik in het verleden Mac-gebruikers teleurgesteld terug naar de winkel heb zien lopen met, bijvoorbeeld, een printer of scanner is niet meer op twee handen te tellen. Ook Windows-gebruikers hebben hier last van. Zeker de overgang van Windows 98/ME naar XP of XP naar Vista/7 en, last but nog least, 7/8 naar 10 bracht de nodige driver-ellende met zich mee.

Tuurlijk, Windows-gebruikers hebben er minder last van dan Linux- en Mac-gebruikers, praktisch elk stukje hardware wordt immers meegeleverd met een Windows-driver. Maar, waar je bij Windows aan de goden bent overgeleverd als je overstapt naar een nieuwere versie heb je bij Linux meestal een grote kans dat je hardware nog blijft werken na een upgrade.

Als we over interne hardware, bijvoorbeeld, videokaarten praten valt het al helemaal mee. Het klopt dat je niet zo lang geleden genoegen moest nemen met inferieure drivers voor je videokaarten als je onder Linux werkte. Tegenwoordig is dat wel Anders. Mede dankzij Valve heeft Nvidia goede drivers voor hun videokaarten en ook AMD heeft eindelijk het licht gezien.

4. Gaming

En dat brengt ons meteen bij het volgende punt. Gamen onder Linux. Als je een moderne of AAA-titel wilde spelen op je Linux-computer kon je je borst nat maken. Worstelen met WINE, PlayOnLinux of pakketten van Transgaming waren eerder regel dan uitzondering. Als je eindelijk een keer een game te pakken had die werkte onder Linux, mocht je eerst op zoek gaan naar de Linux-installer. Die werd meestal niet meegeleverd dus mocht je lekker gaan zoeken op de ftp-server van de uitgever.

Gelukkig is daar Valve. Het distributieplatform van het bedrijf, genaamd Steam, is sinds een paar jaar beschikbaar voor Linux en heeft voor een ware stroomversnelling gezorgd wat de beschikbaarheid van games betreft. Je hoeft je niet meer druk te maken om emulatoren, installers en ondersteuning. Steam neemt alles voor z'n rekening. Het aantal games dat standaard Linux vanaf dag één ondersteunt groeit ook gestaag. Dit komt mede dankzij de nieuwe ontwikkeltools en engines, die tegenwoordig ook beschikbaar zijn voor GNU/Linux: Unity, Epic's Unreal Engine, Crytek's CryEngine, om maar een paar grote jongens te noemen. Tuurlijk, op dit moment zijn er nog steeds meer games beschikbaar voor Windows. Maar het argument dat Gamen onder Linux praktisch onmogelijk is, kan de prullenbak in.

5. Video-editing

Video-editing onder Linux, het blijft lastig. Als je per sé wil (of moet) werken met Avid, Première of Final Cut, is dit argument nog steeds relevant. Dit betekent overigens niet dat je bent overgeleverd aan de simpele pakketjes die je vaak in de Linux appstores of repositories vindt. Pakketten als Openshot, Kdenlive en Kino zijn leuke Windows Movie maker (of iMovie)-achtige pakketten maar peanuts voor de professional en daarmee is de kous af zou je denken.

Niets is minder waar. Hoewel de film- en tv-industrie zich vooral bezig houdt met Avid, is Lightworks al een tijdje bezig met een flinke opmars. In Nederland merken wij daar nog niet veel van, maar in Hollywood doet men steeds meer met dit pakket. Sterker nog, sommige grote filmstudio's zijn al volledig overgestapt op Linux. Digital Domain, Disney, Dreamworks, Industrial Light & Magic, Sony Imageworks om maar een paar grote namen te noemen. Mocht Lightworks toch een brug te ver zijn zou je ook nog kunnen kijken naar Cinelerra. Maar hoe je het ook wendt of keert, video-editing onder Linux is geen enkel probleem meer vandaag de dag. Toch kunnen naysayers een slag om de arm houden met dit argument aangezien men in Nederland nog vast zit aan Avid, Première en Final Cut. Maar dat video editing onder Linux een knullige aangelegenheid is, is kolder.

6. Gebruiksonvriendelijk

Ah, nog zo'n prachtargument. Eentje waar heel vaak mee wordt geschermd. Meestal zonder onderbouwing. Het lastige van dit argument is dat het grotendeels is gebaseerd op smaak. Wat voor de een fijn werkt kan voor de ander een ware hel zijn. Toch is het de afgelopen jaren alleen maar makkelijker geworden om met Linux te werken. Zelfs als je geen power-user bent. Sterker nog, ik durf zelfs te stellen dat het makkelijker is voor beginners dan mensen die al jaren achter een computer werken. Een boude stelling, ik weet het, maar dit heeft alles te maken met gewenning. Een verstokte Windows-gebruiker zal misschien in paniek raken als hij voor het eerst achter een Linux-computer geplaatst wordt omdat de start-knop bijvoorbeeld afwezig is of omdat men naarstig op zoek gaat naar "die blauwe E".

Ik heb vaak genoeg gezien en gelezen dat beginners, die voor het eerst plaats nemen achter een Linux-computer, snel wegwijs worden en gewoon kunnen werken. Zeker nu het concept van de app-store z'n weg heeft gevonden naar andere besturingssystemen en de smartphone, is het downloaden en installeren van applicaties makkelijker dan ooit. Tuurlijk, af en toe zal je nog wel eens het internet op moeten om een applicatie op te zoeken die je niet kan vinden in de store, maar dat zijn uitzonderingen, uitzonderingen die ook gelden voor Microsoft en Apple.

Vaak wordt er met twee maten gemeten. Als iemand begint over een overstap naar Linux, schreeuwt men moord en brand over gewenning. "Mensen zitten niet te wachten om een nieuw systeem te leren, alles is anders en dat is moeilijk." Maar blijkbaar vergeten deze mensen dat de overstap van Windows 98 naar Xp ook veel frustratie meebracht, om nog maar te zwijgen over de ribbon-interface van Microsoft's office-pakketten. En laten we vooral de Metro-desktop van Windows 8 en hoger niet vergeten "Ach, dat is een kwestie van even wennen" wordt er dan gezegd. Terwijl de overstap van een Windows-desktop naar een GNOME-desktop qua look and feel kleiner is dan van Office 2003 naar 2007. "Maar dat is Linux, en Linux is moeilijk, eng en gebruiksonvriendelijk!" Hup, in de prullenbak met dit argument.

7. Dependency Hell

Een klassiekertje. Er was ooit een tijd dat je vroeg of laat onder Linux een applicatie wilde installeren en getrakteerd werd op een foutmelding waarin stond dat de applicatie afhankelijk was van een missend .so-bestand. Je ging het internet op en zocht naar een bibliotheek of applicatie die het missende .so-bestand bevatte en installeerde die. Helaas kon ook deze applicatie niet geïnstalleerd worden omdat weer een ander .so-bestand roet in het eten gooide en voor een conflict zorgde. Welkom in de dependency hell. Windows had destijds hetzelfde probleem en in dat ecosysteem kreeg het de naam dll-hell mee. En zelfs de computers van Apple hadden een tijd lang last van dit probleem deze variant werd bekend onder de naam extension conflict.

Hoewel al deze ecosystemen het probleem lang en breed hebben getackled (uitzonderingen daargelaten) blijft dit argument maar aangehaald worden om GNU/Linux in een kwaad daglicht te zetten. Ook hier geldt dat de appstore en package-manager bijna al deze problemen heeft weggenomen. Als normale gebruiker krijg je hier praktisch nooit mee te maken, tenzij je met extreem uitgeklede- of exotische-versies van Linux werkt. En zelfs dan zal de package-manager er alles aan doen een dependency-hell te voorkomen.

Conclusie

Één ding is duidelijk, nu Linux-ondersteuning eindelijk een beetje in een stroomversnelling is gekomen wordt desktopgebruik een stuk makkelijker en aantrekkelijker. Toch denk ik niet dat het zo'n vaart zal lopen. Het aantal fabrikanten dat computers met een Linux-distributie aanbiedt is nog steeds erg laag. Gebruikers zullen niet snel Windows van hun computer afgooien om er Linux op te zetten met alle (garantie) gevolgen van dien. Ik maak mij wat dat betreft ook zeker geen illusies. Maar gebruikers die wel serieus overwegen aan de slag te gaan met GNU/Linux hoeven zich in elk geval niet meer af te laten schrikken door bovenstaande argumenten.