De editie van het pakket zal waarschijnlijk worden bepaald door de architectuur van de hardware waarop het moet draaien. Wanneer er meer dan vier processoren in een Windows database-server gebruikt worden, dan is de Enterprise-editie van SQL Server 2008 een goede oplossing. Hetzelfde geldt voor Oracle 11g. Bij Sybase ASE is de Enterprise-editie vereist als er meer dan 256 gelijktijdige verbindingen worden verwacht.

Het IBM-model voor DB2 is nog gecompliceerder, met eenvoudige beperkingen (zoals het feit dat de Workgroup-editie een limiet heeft van 16GB RAM), gecombineerd met het ingewikkelder concept van een Processor Value Unit (PVU) – in plaats van een simpele beperking (bijvoorbeeld vier CPU’s) wordt het limiet berekend op basis van het aantal processoren en hun rekenkracht.

Het aantal gebruikers

Daarnaast is er dus de keuze voor het type licentie, die gebaseerd is op het soort applicatie waarvoor de database optreedt als backend. De licentieverkopers werken allemaal op dezelfde manier, waarbij het licentiemodel afhangt van de vraag of vooraf voorspeld kan worden hoeveel personen gebruik gaan maken van de applicatie.

In het geval van een interne zakelijke toepassing is het aantal gebruikers vaak gemakkelijk te voorspellen, waardoor een per seat-licentie de eenvoudigste oplossing is. In het verleden was het nog mogelijk om te kiezen tussen een concurrent user count-licentie (een bedrijf dat 100 werknemers heeft, waarvan er slechts 25 tegelijk verbonden zijn met de database, kocht 25 gebruikerslicenties) en een registered user count-licentie (het bedrijf in bovenstaand voorbeeld zou in dit geval 100 licenties aanschaffen). Onder meer Oracle maakte in het verleden gebruik van dit model, maar heeft dat inmiddels vervangen door een zogenaamd ‘named user’-model.

Andere licentieverkopers hebben het voorbeeld van Oracle inmiddels gevolgd. Hoewel de namen vaak anders zijn (bij SQL Server worden ze bijvoorbeeld Client Access Licenses of CAL’s genoemd), gaat het om dezelfde modellen. Wederom is IBM in dit geval een uitzondering, ook hier wordt het minimum aantal licenties bepaald door een Processor Value Unit, zodat het voor een bedrijf met 100 werknemers maar desondanks een superkrachtig systeem wellicht noodzakelijk is om extra licenties aan te schaffen om aan het minimum te voldoen.

Verschillende pakketten

Webtoepassingen zijn lastiger, omdat daarbij niet precies voorspeld kan worden hoeveel personen er gebruik van gaan maken. Het is dan noodzakelijk om een licentie aan te schaffen op basis van het aantal processoren (of, in het geval van DB2, de totale processorkracht). Voor multi-core processoren zijn er vaak aparte regelingen, zoals bij Oracle. Op sommige punten is een per processor-licentie voordeliger dan een single user-licentie (Met de standaard editie van SQL Server op een enkele processor kunnen ongeveer 35 gebruikers aan de slag).

Natuurlijk moet er ook rekening worden gehouden met de editie van het benodigde pakket (een single CPU-versie van SQL Server Enterprise is bijvoorbeeld ongeveer tweemaal zo duur als de standaard versie). En niet te vergeten moet vooraf gecontroleerd worden of het gewenste model wel beschikbaar is (zo bestaan er voor Oracle 11g Personal Edition geen per-processor licenties).

Van fysiek naar virtueel

Tenslotte zijn er nog enkele andere factoren die een rol spelen. De kosten van het onderhoud – vooral als die gebonden zijn aan een bepaalde verkoper en dit niet kan worden losgekoppeld van de totale kosten. De toename van virtualisatie binnen ondernemingen zal ook invloed hebben op de licenties, omdat veel databaseverkopers meer rekening houden met de fysieke wereld dan met de virtuele.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een licentieovereenkomst vereist dat de specificaties van een processor opgegeven moeten worden, zodat er bij de migratie van een virtuele naar een fysieke server telkens een afzonderlijke licentie moet worden aangeschaft. Databasebedrijven zijn niet de enigen die worstelen met de overgang van fysiek naar virtueel, maar bedrijven die een database-server willen virtualiseren doen er verstandig aan om vooraf enkele vragen te stellen over de licentieovereenkomsten.