De bug doet zich voor op Windows-computers waarop persistent memory is gebruikt. "Als je een Windows-computer hebt geconfigureerd om grote hoeveelheden geheugen te gebruiken, inclusief persistent memory, duurt het langer dan verwacht om de computer op te starten. Bovendien is het gebruik van de CPU na het opstarten toegenomen. Er is sprake van een verhoogd CPU-gebruik wanneer een toepassing snel na elkaar grote hoeveelheden geheugen vrijmaakt en opnieuw toewijst," aldus Microsoft.

“Persistent Memory wordt gebruikt voor zowel Windows-clients als Windows-servers. Als u een systeem configureert om grote hoeveelheden geheugen te gebruiken, inclusief permanent geheugen, is extra opstarttijd vereist. Tijdens het opnieuw opstarten moet het systeem al het fysieke geheugen wissen voordat dat geheugen kan worden gebruikt.

De Opstartprestaties worden alleen beïnvloed als het permanente geheugen wordt gebruikt in de Geheugenmodus. Als het permanente geheugen wordt gebruikt als een opslagapparaat, wordt de opstarttijd van het systeem niet beïnvloed.”

Dit probleem doet zich overigens alleen voor bij de volgende Windows-versies:

  • Windows 10 Pro for Workstations
  • Windows Server IoT 2019 Standard
  • Windows Server IoT 2019 Datacenter
  • Windows Server 2019 Standard
  • Windows Server 2019 Datacenter
  • Windows Server 2016 Standard

Microsoft werkt al aan een fix, maar het is nog niet bekend wanneer deze wordt uitgerold.