Een van de developers die bezig was met Ubuntu Touch / Ubuntu Phone, Simon Raffeiner, zet in een uitgebreide blogpost uiteen waar het misging met de ontwikkeling van Canonicals smartphone-OS. Hij beschrijft een ambitieus project met verkeerde prioriteiten en een gefragmenteerde boodschap aan gebruikers.

Bugs ongeplet

Canonical, en dit hoor je vaker, richtte zich met het platform op te veel nieuwe dingen, zonder dat de basis goed was. Dingen als de indicator van accuduur en de wekker, Bluetooth en datadiensten werkten niet naar behoren, en het beperkte developerteam werd niet op bugs gezet, maar op nieuwe features.

Het platform richtte zich volgens de developer te veel op facetten die technisch interessant waren, maar waar app-makers en gebruikers niet om maalden. Zo was er de displayserver Mir waar Canonical zelf hoge verwachtingen van had, mede omdat het eleganter zou zijn dan het oude systeem. Maar een gebruiker zou daar niets van merken.

Open maar onduidelijk

Verder was de software niet open genoeg en dan vooral in de zin dat de componenten versplinterd waren over diverse repo's, die regelmatig achterliepen en verouderde software bevatten. Binnen Canonical was er nog wel enig overzicht over wat waar stond, maar voor third party-developers was dit nogal een struikelblok.