Virtual Iron levert versie 3.1 van zijn virtualisatieplatform voor 499 dollar per socket – nog geen twintig procent van de 2875 dollar die Vmware voor een vergelijkbare licentie vraagt.

De prijzen van de nieuwe virtualisatieproducten van Xensource liggen met 1000 dollar (en minder) eveneens een stuk lager.

Volgens Virtual Iron is de prijsstelling van Vmware de reden dat virtualisatie nog niet echt van de grond gekomen is. Het bedrijf citeert daarbij een onderzoek van IDC, waaruit blijkt dat slechts zes procent van alle datacentra-beheerders aan enige vorm van virtualisatie doet.

Of bedrijven toehappen, blijft nog maar de vraag. Gorden Haff, adviseur bij onderzoeksbureau Illuminata, denkt niet dat bedrijven zich tegen laten houden door de prijs.

"Zelfs als virtualisatiesoftware gratis was, dan nog zou het geen gewoonte worden", aldus Haff. "De implementatie is daarvoor te complex."

Zowel Virtual Iron als Xensource baseren hun producten op het open-sourceplatform Xen. Vmware's producten zijn niet open-source. Bron: Techworld