We doen enorm veel om de toegang tot onze waardevolle gegevens nooit te verliezen en onze bedrijfskritieke systemen voltijds aan de praat te houden.

We hebben daarvoor complete backup-hiërarchieën waarin al onze data soms wel vier keer tegelijkertijd is opgeslagen. Met een failover-set die in het uitwijkcentrum nog eens gedupliceerd wordt, komen we op een aantal van vier systemen. En die koppelen we dan weer aan dubbel uitgevoerde netwerken, middels een redundante netwerkaansluiting.

Ondanks al deze maatregelen blijkt het onmogelijk om bestaande gegevens en processen - tegen redelijke kosten - over langere perioden breed beschikbaar en toegankelijk te houden. Net als de inmiddels in onbruik geraakte floppies blijken ook gebrande cd's en dvd's maar een beperkte levensduur te hebben. Soms zijn deze binnen twee jaar al niet meer terug te lezen. En over de drama's met backup-tapes hoeven we geen enkele beheerder nog iets te vertellen.

Hindernissen

Maar zelfs als we alle enen en nullen keurig op hun plaats hebben weten te houden, zijn gegevens na verloop van tijd niet meer te gebruiken. Wat u tien jaar geleden nog op een floppy bewaarde, kunt u inmiddels op veel nieuwe computers sowieso niet meer inlezen, simpelweg omdat ze geen floppy drive meer bevatten.

Heeft u deze fysieke hindernissen weten te overwinnen, dan volgen nog de logische: ondersteunt de software van nu nog steeds de oude bestandsformaten? Wie tien jaar geleden zijn proefschrift in een Latex-document schreef, heeft nu problemen met het inlezen van de embedded PostScript-beelden.

Om nog maar te zwijgen van programmacode. Tien jaar geleden was Tk een hele populaire toolkit voor het bouwen van X-interfaces. Inmiddels is het een aardige klus om de wat complexere code van destijds op de laatste versie aan de praat te krijgen. Wie kan zeggen hoe dat over nog eens tien jaar met KDE en Gnome zit?

Oude applicaties

Wilt u er zeker van zijn dat u uw gegevens over tien jaar nog kunt gebruiken, dan is fysieke beveiliging niet genoeg. Om data in te kunnen lezen, heeft u de oude applicaties nodig. Om die te kunnen draaien, moetu het oude besturingssysteem installeren. En daarvoor moet weer het oude computersysteem worden bewaard.

Wie denkt dat dit wellicht een tikkeltje overdreven is, vergist zich. Ondanks dat ze peperduur zijn, staan er in de rekencentra nog zat mainframes te snorren. IBM doet daar nog steeds goede zaken, omdat hun klanten zich ooit - vaak decennia geleden - aan dit platform hebben moeten conformeren.

De afgelopen jaren hebben veel van hen flink in hun systemen moeten investeren. Het gaat dan niet alleen om de hardware, maar ook om de services toegankelijk te houden. Na de ontsluiting voor de web, moeten de mainframe-klanten straks hetzelfde doen voor webservices. Migreren is echter nog veel kostbaarder.

Open standaarden

Hoewel het gebruik van open standaarden cruciaal is om de toegankelijkheid van gegevens over langere termijn mogelijk te maken, vormen zij daarvoor geen garantie. Met name de beschikbaarheid van applicaties is een probleem.

Grote isv's lijken wat dat betreft meer continuïteit te bieden dan open-sourcepakketten. Die langere tijdsspanne betaalt u meestal echter terug in een directe leveranciersafhankelijkheid. Het is helemaal niet vanzelfsprekend dat u niets meer met de eigen gegevens kunt, zodra u besluit geen klant meer te zijn bij die ene specifieke leverancier. Bovendien wordt deze lock-in ook vaak misbruikt om klanten te dwingen de laatste versie aan te schaffen.

Hoewel er voor deze problematiek op dit moment geen goede oplossing voorhanden is, is het interessant om te zien wat hypervisors en dergelijke hiervoor in de toekomst kunnen betekenen. Met de virtualisatie van de hardware komt wellicht ook een langer houdbaar referentieplatform beschikbaar. Bron: Techworld