Supercomputers bestaan eigenlijk niet. Het zijn altijd enorme verzamelingen van veel 'trage' processors die aan elkaar gekoppeld worden om zo tot één krachtige computer te komen. Zo zorgt een enorme batterij aan elkaar geknoopte servers ervoor dat een zoekopdracht bij Google binnen luttele milliseconden is afgehandeld.

Het programmeren van software voor zulk soort aan elkaar geknoopte systemen kan verschrikkelijk ingewikkeld worden. Behalve dat de ontwikkelaar gewoon het eigen programma moet schrijven, moet hij of zij ook zorgen dat alle computers goed met elkaar praten. Hiervoor worden dan vaak weer aparte technologieën in de software verwerkt, wat enorm veel tijd en geld kost.

Open source

Het open source pakket Terracotta wringt zich tussen de software en alle computers in, en neemt het babbelen met de achterliggende systemen voor zijn rekening.

Applicaties geschreven in Java worden in principe geschreven voor de Java Virtual Machine, kortweg JVM. Hierdoor hoeven ontwikkelaars zich niet druk te maken over verschillende hardware en standaardtaken bij het programmeren. De JVM krijgt instructies van het programma, en zorgt dat de computer z'n werk doet.

Als Java-programmeurs in het verleden een 'supercomputer' wilden bouwen, en verschillende systemen aan elkaar wilden knopen, moesten ze dit doen door andere technieken te laten praten met hun zelfgeschreven software. Met Terracotta hoeft dit niet meer.

Want wat het pakket doet, is alle Java Virtual Machines op verschillende computers bundelen tot één Virtual Machine. Er is voor de programmeur dus geen enkel verschil meer of hij nu de Java Virtual Machine op z'n eigen pc instructies geeft, of dat het stiekem eigenlijk honderd systemen zijn die zich voordoen als één computer. Terracotta moet ervoor zorgen dat de programmeur zich geen zorgen meer hoeft te maken over de extra systemen. Het is dus nadrukkelijk geen API, maar een programma dat meerdere JVM's kan bundelen tot één JVM.

Hierdoor kan bijvoorbeeld het uitlezen van een database veel sneller gebeuren. Op de website van het gratis te downloaden pakket wordt uitgelegd hoe de techniek in z'n werk gaat. Een ander voordeel van het pakket is ook dat het cluster eenvoudig kan worden uitgebreid. Terracotta handelt zelf de komst van de extra machines af.

De software mag open-source en gratis zijn, het bedrijf Terracotta Inc. is wel degelijk van plan geld te verdienen met het pakket. Het bedrijf levert ondersteuning aan ontwikkelaars, consultancy en trainingen.

Terracotta heeft op dit moment ongeveer vijftig betalende klanten, aldus CEO Amit Pandey. Het zijn veelal grote bedrijven als Adobe, Comcast, JP Morgan en MapQuest. Meer dan honderd bedrijven gebruiken het pakket gratis.

Oracle

De meeste bedrijven gebruiken Terracotta in combinatie met Oracle databases. Het lukte één school zelfs om het aantal studenten dat gebruik kon maken van haar diensten te verdubbelen van 10.000 naar 20.000. Als ze dit hadden willen bereiken door het toevoegen van extra Oracle databases, had het ze 2,1 miljoen dollar gekost. Nu waren de kosten voor de tien nieuwe servers met software, installatie en ondersteuning maar 300.000 dollar.

Nog goedkoper is Oracle's eigen oplossing, genaamd TimesTen. Maar volgens Pandey zit dat programma 'wat meer in de weg'. Bovendien zou Terracotta efficiënter zijn, omdat het in Java is geschreven.

Versie 2.6 van de software is net uitgekomen. Er zitten nieuwe snufjes in als een visuele representatie van de activiteit in de clusters. Ook is er nu ondersteuning voor de open source Tomcat 6.0 applicatie van de Apache web server.

Bron: InfoWorld Bron: Techworld