In datzelfde jaar kreeg Microsoft de eerste veroordeling wegens monopolisme om de oren. Volgens de rechter had het zijn monopolie gebruikt ten nadele van de consument en van innovatie in het algemeen. Toen dat bekend werd, zullen er in de vallei heel wat champagnekurken door de lucht zijn gevlogen.

Maar de tijden zijn veranderd. Tegenwoordig wordt Microsoft als een goede partner gezien door mensen die tien jaar geleden het bloed van het bedrijf nog konden drinken. Yahoo werd bijvoorbeeld ooit gezien als anti-Microsoft. Dat was een ongedwongen, innovatief bedrijf dat lijnrecht stond tegenover wat het zag als de graaierige zakenpraktijken en gladgestreken cultuur van Microsoft. Maar datzelfde bedrijf heeft eerder deze maand een zoek- en advertentiedeal gesloten met Microsoft, waarbij Bing van Microsoft als zoekmachine wordt geplaatst onder de sites van Yahoo en Yahoo de advertenties gaat verzorgen voor Microsoft.

En dan hebben we het nog niet over open source gehad. Er was een tijd dat Microsoft zijn volledige en niet onaanzienlijke gewicht gebruikte om open source plat te drukken. Voorstanders van open source zouden nog liever naakt in een kolonie killerbees zijn gesprongen, dan dat ze iets te maken hadden met Microsoft. En nu, zoveel jaar later, heeft Microsoft een deal met Novell en werken deze twee bedrijven samen aan Linux initiatieven. Microsoft steunt de Apache foundation. Microsoft heeft een deal met Red Hat over ondersteuning van virtuele machines. Onlangs heeft Microsoft zelfs een tool open source gemaakt toen bleek dat er open source componenten waren gebruikt bij het ontwikkelen ervan.

Dus wat is er in de tussentijd gebeurd? Waarom zien we een aardiger Microsoft dat door veel bedrijven als een goede zakenpartner wordt gezien?

Dat hangt er helemaal vanaf hoe je het bekijkt. Aan de ene kant heeft Microsoft eindelijk ingezien dat het beter kan samenwerken dan het roofdier uithangen. Aan de andere kant komt het doordat het door het langzame maar zekere verval en de economische realiteit wordt gedwongen om in te gaan tegen alles waar de grondleggers van het bedrijf voor stonden.

Degenen die de nadruk leggen op Microsoft als samenwerker, denken dat het verschil is gemaakt door de anti-trustzaak in 1999. Zij zeggen dat het verlies van die zaak heeft geleid tot een periode van zelfonderzoek, waarin Microsoft heeft ingezien dat het niet langer in zijn eentje de hele wereld aankon. Dat heeft het bedrijf er uiteindelijk toe aangezet om conferenties te gaan sponsoren, en om naar partners uit te gaan zien in plaats van naar bedrijven die het kon overnemen.

Anderen zeggen dat de veranderde houding van Microsoft niets van doen heeft met zelfonderzoek, en dat het alles te maken heeft met de groeiende irrelevantie van het bedrijf. De antitrust-uitspraak heeft een aantal voordelen weggenomen die het bedrijf had tegenover de concurrentie. Dus kon Microsoft zijn monopolie gewoon niet meer gebruiken om die concurrenten dood te drukken. Bovendien is Microsoft een beetje achterop geraakt en heeft het toegelaten dat een start-up als Google in vrijwel geen tijd monsterachtige proporties heeft aangenomen. Tot slot zijn besturingssystemen niet langer echt belangrijk. De cloud is de toekomst, en dat betekent Google.

Welke van deze verhalen de waarheid vertegenwoordigt? Waarschijnlijk beide. Het zelfonderzoek dat bij Microsoft heeft plaatsgevonden is ongetwijfeld niet ingegeven door een slecht geweten, maar door een fikse dosis harde economische realiteit. De waarheid is dat Microsoft tegenwoordig niet meer in staat is om zijn eigen plan te trekken. Maar al is die verandering opgelegd door de omstandigheden, feit blijft dat het bedrijf echt veranderd is en dat het tegenwoordig heel anders zaken doet. Microsoft heeft geleerd dat het in de techwereld van vandaag samen moet werken om iets gedaan te krijgen.

Bron: Techworld