Het is niet toevallig dat deze ICT-manager bij een bedrijf met bijna 700 medewerkers zijn verhaal doet. Hij kwam met het idee en zijn twee collega’s om te interviewen. “Het is simpel sinds een conferentie gaan we vier keer per jaar uit eten en vaak eindigt het in een debat of Microsoft of Linux nou beter is”, vertelt hij. “Dat is een keertje amusant om te volgen, maar verveelt en levert niets op. Na twee jaar zijn de standpunten geen millimeter opgeschoven.”

Geen platformkeuzes

“Eigenlijk ben ik de stammenstrijd meer dan zat. Ook in ons bedrijf zie je ze, de IT’ers met religieus fanatisme”, verzucht hij. Reden voor hem om zaken anders aan te pakken. “De fans van Microsoft hebben gelijk als ze zeggen dat het goed integreert en de fans van open source hebben net zo hard gelijk als ze liever vendor lock-in (leveranciersafhankelijkheid – redactie) vrezen.”

Toen hij tien jaar geleden begon in zijn functie, stuurde hij al snel aan op minder afhankelijkheid en meer vrijheden voor de gebruiker. “De regel is eigenlijk heel simpel: gebruikers mogen alles doen, als ze maar gestandaardiseerd documenten wisselen en niet zelf programmeren. Dat laatste doen wij gewoon en scripts, macro’s of applicaties zijn het domein van ICT”, legt hij uit. “Voor een aantal functies hebben we gewoon een standaard werkplek ingericht. dat is Windows of Mac. Dat zijn ook de platformen die we formeel ondersteunen, maar waar we kunnen helpen we een Linux-gebruiker ook.”

Vervolgens zijn er standaarden geselecteerd, waarmee medewerkers aan de slag mogen. “Voor tekstverwerking, berekeningen is dat inmiddels ODF of OpenXML, we gebruiken PDF, voor telefoongesprekken SIP, centrale applicaties Java, websites zijn browseronafhankelijkheid en om een mobiele computer met het bedrijf te verbinden is er IP/SEC gekozen voor het VPN”, legt de CIO uit. “Verder hebben we strakke gedragsregels waar we vooral risico’s afdekken en wat mensen dan gebruiken als mobiele apparaat of computer, dat mogen ze zelf kiezen uit een budget dat we bijhouden.”

Wel wat beters te doen

Voor de manager is het vooral belangrijk dat hij zich kan richten op wat de business vraagt. “Ik heb geen tijd mijn wil na te streven en mensen in een keurslijf te dringen. Zelf werk ik het liefst op basis van vertrouwen”, legt hij uit. Zijn problemen spelen zich vooral af in het flexibel houden van zijn bedrijfsapplicaties. “Dat is echt gedoe en het zijn dure projecten, die wel goed moeten draaien. Dus ik heb wel wat beters te doen dan me in een stammenstrijd te mengen.”

Zelf doet hij die strijd af als vrij zinloos. “Het leven is niet zwart-wit en als bedrijf moet je gewoon kijken naar de beste oplossing van je probleem en niet ICT tot doel verheffen”, vertelt hij. In een later telefoongesprek reageert hij op de eerdere stukken op Webwereld. “Dat is precies wat ik bedoel. Mensen zijn erg bezig met hun overtuiging en er zijn er maar weinig die zich uitspreken voor vooral standaarden en mensen gewoon zelf laten kiezen.” Op de vraag of dat ook geen geloofskwestie is zegt de manager: “Natuurlijk, maar ik heb gelijk.”