Vergis je niet, Canonical wil dat jij, en elk bedrijf waar je voor werkt, Ubuntu 10.04 koopt op de server en in de cloud.

Op de server

Canonical heeft het voor elkaar gekregen dat er op dit moment bijna 100 open source en closed source applicatieleveranciers hun programma’s hebben gecertificeerd voor Ubuntu Server Edition. Bij die versie zit dus bijvoorbeeld Alfresco, Ingres, IBM, VMware, Yahoo en Zimbra. Daarnaast komen er goedgekeurde installatie- en beheertools mee voor Ubuntu Enterprise Cloud (UEC) en Amazon EC2. En de nieuwe versie heet niet voor niets Long Term Support. Gebruikers zijn verzekerd van vijf jaar lang gratis updates.

Dell, dat Ubuntu al ondersteunt op de desktop, heeft nu ook aangekondigd dat het de serverkant en de Ubuntu cloud gaat ondersteunen op zijn PowerEdge-C serverlijn. Dat zijn servers die speciaal gebouwd worden voor cloud-omgevingen.

Getest op de desktop

Onlangs heb ik de release candidate van de desktopversie gedownload en geïnstalleerd op twee identieke systemen: Dell Inspiron 530S computers met een 2,2GHz Intel Pentium E2200 dual-core processor met een 800 MHz front side bus. Elk van die machines heeft 4GB RAM-geheugen, een 500GB SATA schijf en een geïntegreerde Intel 3100 GMA chipset. Op de ene draaide ik Ubuntu direct, en op de andere draaide ik het in een VirtualBox virtuele machine bovenop Windows 7.

Ik was onder de indruk van het gemak waarmee de installatie verliep. Als je een dual-boot wilt, dan moet je natuurlijk wel iets weten over hoe computers onder de motorkap werken, maar elk slim kind kan de gewone installatie uitvoeren. Dat weet ik zeker, want ik heb een vers gebrande Ubuntu-cd aan mijn 12 jarige buurjongentje gegeven, en die had het binnen een paar minuten draaiend.

Canonical wil de server en de cloud makkelijk maken, maar de desktop laat al zien dat het erin slaagt om Linux gebruikersvriendelijk te maken. In deze versie ontbreekt bijvoorbeeld de Gimp, de image editor met allerlei toeters en bellen. Dat is helemaal geen slecht idee, want de meeste mensen hebben zo’n zwaar programma helemaal niet nodig. Die willen gewoon die rode ogen even wegwerken, en dan is F-Spot meer dan genoeg.

En zo zijn er nog meer dingen waarin het nieuwe gebruikersgemak tot uitdrukking komt in deze nieuwe release. Zo is er Gwibber, de open source sociale netwerkencliënt die verbindt met Twitter, Facebook, Flicker en Digg. Die is geïntegreerd in de desktop, en hetzelfde kan worden gezegd van de instant message client Empathy.

De veranderde interface

De Ubuntu interface zelf is ook iets of wat veranderd. Het oude oranje en bruin is vervangen voor een paarsachtig ontwerp, dat Ambiance wordt genoemd. Dat was een beetje te donker voor mij, maar het alternatieve lichter thema, Radiance, was wat mij betreft een stuk beter. En natuurlijk kun je de Gnome 2.30 interface helemaal inrichten hoe je dat zelf wilt.

Daarnaast is het makkelijker om nieuwe software toe te voegen. Het Ubuntu Software Center heeft dat nog makkelijker gemaakt. Als je een minder algemeen programma nodig hebt, dan moet je nog steeds bij de Synaptic Package Manager zijn. Maar dat mag geen probleem zijn, want de laatst maanden heeft Linux grote vorderingen gemaakt in het gemak waarmee software wordt geïnstalleerd met behulp van de package managers

Snel en fijn

In het gebruik vond ik Ubuntu snel en fijn om mee te werken. Windows 7 kan tegenwoordig best mee op mijn testsystemen, maar Ubuntu was net wat sneller op deze hardware. Zelfs als gevirtualiseerd besturingssysteem voelt het sneller aan. OpenOffice 3.2 deed er bijvoorbeeld drie seconden over om te laden in Ubuntu in VirtualBox, terwijl het er vijf seconden over deed onder Windows 7 op dezelfde bak.

Al met al kan ik Ubuntu 10.04 aanraden voor elke gebruiker, en dus niet alleen aan Linux-gebruikers. Natuurlijk zullen de echte hard-core Linuxgebruikers al dat gemak maar niks vinden. Maar voor ieder ander – dus voor iedereen die een makkelijke, volledige en veilige desktop wil – is Ubuntu helemaal geschikt

Bron: Techworld