De basis en de desktop worden vaak nog door traditionele partijen verzorgd, maar het is vooral de laag tussen server en desktop of webclient waar pakketten met een open licentie het goed doen. Vooral de flexibiliteit wordt geroemd, en technisch kan het meekomen. De obstakels zijn vooral zakelijk.

Het is vooral in de communicatiesoftware tussen applicatie waar open source nu sterk is, zegt Onno Schoenmakers, consulent bij SAP-integrator NL4Business. "Denk daarbij aan pakketten zoals BlazeDS, en andere communicatiepakketten." Andere voorbeelden zijn JAbbr en Java-RMI, waarmee ook de verbinding tussen verschillende diensten tot stand komen. Grote bedrijven doen dat weer wat minder vaak, vooral omdat ze een bedrijf willen kunnen aanspreken bij problemen in plaats van een community. "Die angst is niet altijd terecht, kijk maar naar partijen als Red Hat. Je kunt zeggen dat grote bedrijven zekerheid willen kopen. Hun applicaties zijn gewoonweg te bedrijfskritisch om risico's te nemen." Tot nu toe, zo stelt Schoenmakers, worden de open source tools vooral gebruikt om afzonderlijke problemen of deelproblemen op te lossen.

Datacentrum blijft achter

Het datacentrum blijft in de tussentijd nog wat achter. "Open source beheersoftware wordt nog maar sporadisch gebruikt. Vaak zijn het kleinere organisaties die de duurdere tools niet direct kunnen betalen," schrijft Forrester onderzoekster Evelyn Hubbert. "Maar er is onder klanten steeds meer interesse in open source oplossingen, omdat het zo geschikt is om specifieke problemen op te lossen. De gemeenschappen zijn erg fanatiek met hun pakketten, bieden veel kennis," zo stelt Hubbert. Die interesse is groter in de Verenigde Staten, waar bedrijven volgens Hubbert sneller 'buiten de geëffende paden' treden dan in Europa.

Maar de interesse bestaat, ook gezien het bestaan van tools zoals Nagios en al zijn plugins. De grote motor daarachter is volgens Ernest Neijenhuis, infrastructuurarchitect bij automatiseerder Capgemini, het basisplatform waar steeds meer bedrijven op overstappen: Linux. "Linux brengt enorme voordelen op verschillende gebieden," zegt hij. "Neem virtualisatie. Bij ons is de stelling dat we in principe virtualiseren, tenzij er een goede reden is om het niet te doen. Juist daar is Linux sterk in: het werkt prima met Intel processoren, zodat je het naast Windows kunt laten draaien. Je pakt het zo uit de kast en je rolt het uit. Dat ligt met andere virtuele omgevingen vaak een stuk ingewikkelder." Dat Linux groeit, is voor Neijenhuis duidelijk: "We hebben het afgelopen jaar twee datacentra ingericht, en allebei stonden ze bol van Linux."

"Het maakt voor de licentie ook niet uit of je zes servers of tachtig servers erbij schakelt", voegt open source alliance manager Jeroen van Disseldorp van hetzelfde bedrijf toe. "Je moet wellicht aanpassingen maken aan het supportcontract, maar dat kun je altijd nog achteraf beslissen." Zo is het dus mogelijk om gemakkelijk een testomgeving te creëren, aldus Van Disseldorp. Binnen webomgevingen, met javaframeworks en MySQL voorop, is het gebruik van open source ook al flink in zwang geraakt, zo beweren Van Disseldorp en Neijenhuis.

Bedrijfskritisch

Een onderzoek van IDC ondersteunt die constatering. Bovendien ziet onderzoeker Matthew Lawton niet alleen dat open source software steeds meer wordt gebruikt voor de diensten, maar ook dat ze steeds belangrijker worden. Niet alleen gebruiken negen van de tien Amerikaanse bedrijven open source software in de infrastructuur, die implementaties worden steeds vaker als 'kritisch' of 'zeer kritisch' beschreven. Zeventig procent van ondervraagde bedrijven heeft open source als zodanig beschreven. Lawton benadrukt wel dat het onderzoek gericht is op de VS.

Toch wordt OSS nog lang niet overal toegepast, met een paar goede redenen. "Het verschilt per sector. Binnen financiële wereld steunen de backendsystemen nog veel op IBM," zegt Van Disseldorp. "Dat moet ook, want die systemen moeten superrobuust zijn. En wat is robuuster dan iets dat je bij wijze van spreke al meer dan dertig jaar gebruikt?" In een mail aan de redactie onderschrijft Matt Lawton dat de backend vaak rust op software met een traditionele licentie, "met de uitzondering van de webserver, daarvoor wordt Apache gewoon het meest gebruikt, punt."

Desktop volgende bastion

Naast de beheeromgeving wordt de desktop al tijden als het volgende te nemen bastion benoemd. Dat dit niet zo snel gaat heeft volgens de twee te maken met legacy. "De uitrol is niet het probleem, je kunt een desktop gewoon laten draaien op Linux, met alle nodige pakketten en functionaliteiten, en werknemers zijn er gewoon in op te leiden", zegt Van Disseldorp. "Dat het weinig gebeurt, heeft puur te maken met alle bestaande documenten, templates enzovoorts."

De redenen dat het niet snel gaat, zijn volgens Lawton vooral zakelijk. "Het grootste obstakel voor het toepassen van open source software bij bedrijven is vooral de angst voor copyright- en patentschendingen, gevolgd door (gebrek aan) ondersteuning", schrijft de onderzoeker in zijn rapport. Technische redenen spelen geen rol van betekenis: "Volgens de ondervraagde gebruikers speelt interoperabiliteit met traditionele software geen rol in de beslissing open source te implementeren." Van Disseldorp voegt nog toe dat de beslissing voor open source geen makkelijke is, vooral omdat de afdeling zelf meer verantwoordelijkheid krijgt. "Er is veel keuze in open source pakketten, maar je moet die keuzes zelf maken."

Bron: Techworld