Er valt niet meer aan te ontkomen: open-source is alomtegenwoordig. Slechts met moeite zult u nog een it-leverancier vinden, die niet profiteert van de voordelen van open-sourcesoftware - of het nu gaat om Linux, MySQL, Perl of de Snort-networkingtool.

En als u om u heen kijkt, ziet u dat de grote bedrijven zoals IBM, Novell, Oracle en Sun op grote schaal in open-sourceprojecten en community-gebaseerde ontwikkelingen investeren. Zelfs Microsoft doet er aan mee. Maar ondanks de groeiende en brede acceptatie van open-source is het alles behalve eenvoudig beslissingen te nemen als het kritische it-omgevingen betreft.

Voor sommigen zullen toonaangevende technologieleveranciers die hun software als open-source verkopen lijken of een garage voor software die niet geslaagde en slecht onderhouden producten slijt, in de hoop dat anderen daar iets mee kunnen. Immers, als een stukje software deugt, is het toch geschikt om te worden verkocht?

Maar het klopt: bedrijven brengen zo nu en dan open-sources van hun software op de markt bij wijze van aandacht trekken en dus niet als een eerbare poging om support vanuit de community te genereren. Het zou echter onjuist zijn, dat als motief te veronderstellen. De business-modellen rond open-sources worden allengs volwassen en wat ooit begon als voorzichtige stappen van een paar pioniers avant la lettre is inmiddels uitgegroeid tot een heuse revolutie binnen het denken bij de software-industrie. Het is ook nu nog verstandig om vooralsnog kritisch te blijven kijken naar open-source. Maar binnen enkele jaren zou het open-sourcemodel eerder een standaard dan de uitzondering kunnen zijn.

En daarmee zien it-managers zich voor een dilemma geplaatst. Naar mate de oude modellen en veronderstellingen bij het ontwikkelen van software het laten afweten, zal men de traditionele middelen waarmee it-leveranciers zakelijke programmatuur maken en waarderen, moeten loslaten. Beslissingen zullen meer en meer gebaseerd moeten worden op een nieuw soort gezond verstand dat aanzienlijk verder reikt dan budgettering, namelijk tot aan het eigenlijke ecosysteem van software-ontwikkeling.

Geen gratis lunch

Het eerste belangrijke vraagstuk is "Kan een bedrijf als IBM of Oracle het zich permitteren om zijn software gratis weg te geven?" Het antwoord is eenvoudig: Dat doen ze in feite niet - zeker niet als je het in z'n geheel ziet.

Het traditionele shrink-wrap softwaredistributiemodel past niet bij zakelijke programmatuur. Naarmate it-infrastructuren groter en complexer worden, wordt het moeilijker om een licentiebeleid gebaseerd op aantallen gebruikers of cpu's te handhaven. Geheimzinne prrijsformules werken tariefstructuren in de hand die geen rekening houden met de daadwerkelijke gebruikswaarde van de software en leiden wellicht tot een keur aan technieken van 'creatief boekhouden' bij verwarde cfo's.

Om die redenen heeft een aantal bedrijven, waaronder Sun, er bewust voor gekozen om het shrink-wrapmodel ten gunste van zuiver op abonnement gebaseerde prijzen te laten varen. De software op zich is gratis. Gebruikers betalen voor ondersteuning, onderhoud en assistentie bij de integratie.

Sceptici zouden kunnen zeggen dat dit alleen maar een andere vorm van 'creatief boekhouden' is. En dat klopt; op de lange termijn betekent het achterwege laten van een specifiek licentietarief niet noodzakelijkerwijs dat de verbruiker geld overhoudt. Het is echter van belang om vast te stellen dat een bedrijf dat de grote sprong naar een op abonnementen gebaseerde prijsstructuur heeft gemaakt slechts een stap verwijderd is van de volgende fase binnen zijn ontwikkeling.

Het op abonnementen gebaseerde softwaremodel is het open-sourcesoftwaremodel. Alleen de code hoeft bekend gemaakt te worden - en precies dat doet Sun.

Bedrijven als MySQL AB en Red Hat zijn groot geworden door geld te vragen voor gratis software, wanneer die wordt toegepast door bedrijven. Naarmate dergelijke concepten hun vruchten afwerpen, moeten leveranciers van toepassingsprogramma's zich afvragen of het voordeliger is de broncode achter slot en grendel te houden of het nieuwe softwareparadigma met de overige voordelen te omarmen.

Het gaat om community

Het allerbelangrijkste voordeel van deze nieuwe stijl van softwareontwikkeling is 'community', niet alleen voor leveranciers maar ook voor klanten. De community rondom een open-sourceproject is wat een dergelijk project in leven houdt. Zelfs de allerbeste code legt het loodje als er geen ondersteuning is vanuit een ecosysteem bestaand uit actieve, bloeiende en betrokken ontwikkelaars.

Voor een klantgericht bedrijf kan het een grote uitdaging zijn om deze communities bij de aanschaf van software te evalueren. De beslissing om bepaalde zakelijke software aan te schaffen, hangt vaak af van de reputatie van de desbetreffende leverancier. Bij de waardering van een open-sourceproject kunnen de bijbehorende factoren echter aanzienlijk complexer zijn.

Het is van groot belang dat ervaren it-medewerkers het project grondig beoordelen voordat een bedrijf beslist om een bepaald open-sourceproject aan te schaffen. Hoe zit de community van ontwikkelaars in elkaar? Hoe zien de bijbehorende regels en gedragingen eruit? Wie zijn de meest actieve leden? Wie mag wijzigingen aanbrengen en hoe vaak gebeurt dat? Hoe worden interne vraagstukken opgelost? Hoe zit het met de licenties?

De ondersteuning door een toonaangevende softwareleverancier kan voor zakelijke gebruikers de geloofwaardigheid van een open-sourceproject vergroten, roept echter tevens een aantal vragen op. Commerciële leveranciers kunnen community-building bij voorbeeld op diverse manieren benaderen. Sommigen zien er een oefening in laissez-faire in, terwijl anderen de hoop koesteren om hun communities te gebruiken als verkoopkanalen voor de organisatie. Klanten kunnen het beste kiezen voor bedrijven die open-source steunen, waarbij het goed is om te bepalen waar de scheidslijn ligt tussen open-source en commercieel doel.

Uiteindelijk ligt aan iedere it-beslissing een zakelijk probleem ten grondslag. De oplossing van dit probleem is prioriteit voor iedere it-organisatie nummer één; open-sourcesoftware moet derhalve worden beoordeeld aan de hand van de geboden functies, stabiliteit, schaalbaarheid, veiligheid en alle overige standaards waaraan toepassingsprogramma's dienen te voldoen.

Een natuurlijk gevolg van de groei van open-source is echter de toename van keuzes. De mensen met de beste positie om die keuzes af te wegen, zijn degenen die het dichtst bij het project zitten, zij die de ins en outs van de community kennen en aanvoelen welke kant een project opgaat. Daarom moeten succesvolle bedrijven het meer dan ooit hebben van ervaren it-medewerkers met een uitgebreide technologische kennis. Bron: Techworld