Zo zegt de Europese Commissie 'kennis te nemen' van de aankondiging van Microsoft om 'interoperabiliteit te promoten van sommige softwareproducten met een groot marktaandeel'.

De Commissie wijst erop dat deze aankondiging van toepassing is op toekomstig beleid. Voor lopende anti-trustzaken heeft dit dan ook geen invloed, omdat deze zich richten op het gedrag van de onderneming in het verleden.

In januari werd een onderzoek gestart naar het gebrek aan interoperabiliteit tussen diverse technologieën, zoals Office, het .NET-Framework en het gebrek aan toegang voor andere partijen tot Open xml. Een tweede onderzoek richt zich op de koppeling van Internet Explorer en het besturingssysteem.

Toch stelt de Europese Commissie in een persbericht blij te zijn met iedere authentieke stap naar interoperabiliteit: "Echter merkt de Commissie op dat de aankondiging van vandaag volgt op tenminste vier vergelijkbare aankondigingen van Microsoft rond het belang van interoperabiliteit."

Ook kreeg Microsoft het al eerder met Europa aan de stok over het leveren van documentatie. Experts zijn bezorgd dat de kwaliteit van de gegevens initieel onvoldoende zal zijn.

"Toen ze door de EU gedwongen werden om documentatie beschikbaar te maken, hadden ze daarvoor meerdere pogingen nodig om het rond te krijgen", merkt Peter Roozemaal op, die als auditor controleert op auteursrechtelijke problemen rond open-sourcesoftware.

Onderscheid

Op zich lijkt de stap van Microsoft goed nieuws voor open-sourceontwikkelaars, maar experts zien nog wel een probleem. Microsoft maakt een expliciet onderscheid tussen commercieel en niet-commercieel gebruik. Zo zal bijvoorbeeld een commerciële leverancier of gebruiker toch moeten betalen voor het gebruik van de technologie. Hierover bestaat nog veel onduidelijkheid.

"Op zich is het bieden van een randlicentie voor patenten interessant", vertelt Roozemaal. "De vraag is wat het precies betekent en of er een minimum fee voor kleine bedrijven is. Als dit te hoog is, heb je alsnog een probleem."

Hij wijst erop dat duidelijkheid ook een stuk onzekerheid wegneemt: "Een ding wat goed is, is de belofte van Microsoft om aan te geven welke patenten bij een fileformaat horen. Dat maakt het onmogelijk op een later moment met een nieuwe patent op de proppen te komen."

Roozemaal vindt dat wel belangrijk: "De patentsituatie in de Verenigde Staten is een mijnenveld en ik ben blij dat Microsoft zijn mijnen merkt. Gelukkig hebben ze in Europa officieel geen softwarepatenten."

De gevolgen voor het breder gebruik van open-sourcesoftware zijn minder helder. Zo vraagt Roozemaal zich af wat de gevolgen voor Ubuntu zijn, dat niet-commercieel is maar wel professionele ondersteuning via Canonical biedt.

Medewerkers van het Nederlandse Covide, dat een online geïntegreerde kantoorapplicatie maakt, maken zich zorgen over de implicaties. Directeur Willem Massier wijst erop dat je patenten mag gaan afkopen, die vaak al erg omstreden zijn: "De licentie betekent dat je akkoord gaat met het distribueren van je eigen software, maar dat je klanten dat niet mogen. Dat is binden op onethische gronden."

"Dit is een moderne vorm van slavernij", verzucht Massier. Hij besloot juist dat klanten wel in staat moesten zijn met zijn software te doen wat ze willen. Een open-sourcemodel was daarbij voor hem onmisbaar. De restrictie van Microsoft zou dat ondermijnen en gaat recht tegen de veel gebruikte GPL in. "Dit betekent dat wij onze software niet meer kunnen distribueren, zoals we zelf zouden willen." Bron: Techworld