Het mooie van Linux-distributies is dat je er al een enorme hoeveelheid applicaties bij krijgt. Red Hat Fedora bijvoorbeeld bevat naast het operating system zelf nog honderden toepassingen. Niet voor niets spreekt Richard Stallman, de oprichter van de FSF (Free Software Foundation), consequent over GNU/Linux. Daarmee benadrukt hij dat wat de meeste mensen onder Linux verstaan feitelijk bestaat uit een Linux-distributie die is opgebouwd uit het Linux besturingssysteem met daarop een grote hoeveelheid GNU en andere open source applicaties. Die variëren dan van hele kleine Unix-tools tot uitgebreide softwaresuites.

Al die software is, net als het besturingssysteem zelf, georganiseerd in duizenden packages. Die bevatten naast de directory's en de bestanden ook de rechten daarvan, de installatiescripts en de afhankelijkheden van andere packages. Dat laatste is van belang omdat het geen zin heeft om bijvoorbeeld een grafische schil te installeren voor een onderliggende applicatie die niet op het systeem beschikbaar is.

Hoewel je al deze packages ook met de hand zou kunnen installeren, is het beheer gelukkig zo veel mogelijk geautomatiseerd. Op de Red Hat distributies kunnen daarvoor onder andere de rpm package manager en yum/yumex worden gebruikt. Zelf zijn we nogal gecharmeerd van Smart. Deze werkt aanzienlijk prettiger dan de software-updatetool die standaard met de Red Hat distributies wordt meegeleverd. Smart kan bovendien zowel met het rpm-formaat (Red Hat en Novell/SuSE) als met deb (Debian) overweg. Bij die laatste twee distributies worden meestal respectievelijk YaST en APT/aptitude/synaptic gebruikt.

Andere kanalen

Hoewel veel van de Linux-gebruikers de standaard instellingen zullen blijven gebruiken, kan met de package managers ook software van hele andere bronnen worden binnengehaald en beheerd. Naast de leverancier van de Linux-distributie zelf zijn er namelijk nog andere partijen die zogenaamde software repositories aanbieden. Deze kanalen kunnen in de package manager worden toegevoegd, waarna de bijbehorende packages binnen de bestaande omgeving beschikbaar komen. Fedora-gebruikers zijn wellicht bekend met de Core- en Extras-kanalen. Tot voor kort werden packages die onder controle van Red Hat stonden en packages die door andere ontwikkelaars werden gebouwd via verschillende repositories aangeboden. Vanaf Fedora versie 7 is dat onderscheid echter verdwenen.

Red Hat gebruikers die op zoek gaan naar andere repositories voor hun distributie komen bijvoorbeeld uit bij freshrpms.net en Dag Wieers (tegenwoordig gecombineerd in RPMforge.net), ATrpms en PlanetCCRMA. De laatste twee vinden hun oorsprong in respectievelijk de natuurkundige en audiovisuele wereld.

Deze repositories bieden ook packages aan die niet via de standaard kanalen beschikbaar zijn. De meeste gebruikers komen al gauw hier op uit op het moment dat ze met multimedia aan de slag willen. Om zowel juridische als principiële redenen worden bij de meeste distributies geen codecs meegeleverd die niet honderd procent open source en rechtenvrij zijn. Met name het gebrek aan ondersteuning van het mp3-formaat is een van de eerste zaken waar je dan tegenaan loopt. Gebruikers van Debian, dat van zichzelf al veel meer pakketten dan andere distributies bevat, kunnen hiervoor terecht op debian-multimedia.org. En veel SuSE-gebruikers zullen bekend zijn met PackMan.

Botsing

Hoewel misschien verleidelijk is het lukraak configureren van allerlei repositories van derden geen optie. Als de makers daarvan hun packages niet op elkaar afstemmen, loop je al gauw tegen het probleem aan dat packages van verschillende kanalen dezelfde bestanden bevatten. Omdat beheer op niveau van directories en files plaatsvindt en alle applicaties op Unix dezelfde adresruimte in het filesysteem delen, is het een kwestie van tijd voordat je met botsende packages zit. Vandaar dat het drietal RPMforge.net, ATrpms en PlanetCCRMA zo populair is. De makers daarvan hebben hun packages zodanig op elkaar afgestemd dat ze nooit onderling met elkaar botsen.

Voorheen weigerden fedora.us en Livna.org bijvoorbeeld om met anderen samen te werken. Inmiddels zijn Freshrpms, Livna.org en Dribble echter weer gecombineerd in RPM Fusion. Hoewel er een hoop kinnesinne tussen de maintainers van onafhankelijke repositories bestaat, lijkt het er op dat ze elkaar in de loop der tijd toch steeds beter weten te vinden.

Installatie

Tot slot nog iets over de installatie zelf. Er zijn verschillende mogelijkheden om een repository toe te voegen. Dat kan met de hand, bijvoorbeeld door een link naar de juiste server toe te voegen in de directory /etc/smart/. De juiste informatie daarvoor vind je op de websites van de repositories. Sommige daarvan bieden hun configuratie zelf ook in de vorm van een package aan. Wie geen zin heeft om met configuratiebestanden te rommelen, kan in Smart ook gewoon de URL van een kanaal invoeren.

Wil je niet een hele repository toevoegen, maar alleen een afzonderlijke package installeren, dan kunnen we nog de zoekmachines rpmfind.net en rpm.pbone.net aanraden. Let er daarbij wel op dat je de goede distributie en het juiste hardwareplatform kiest.

Bron: Techworld