De nieuwe technologie waar Symantec aan werkt heet Vibes en is gisteren voorgesteld aan het publiek door Tzi-chker Chiueh, een senior director bij Symantec’s onderzoekslaboratoria. Het nieuwe aan Vibes is dat het werkt met maar liefst drie verschillende virtuele sessies. Daarmee wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende activiteiten van de gebruiker.

Normaal gesproken, bij het alledaagse gebruik van internet, zit de gebruiker in de “user” virtuele machine, waarin de gebruiker de beschikking heeft over bijvoorbeeld plug-ins, players en standaard software. Maar als Vibes bijvoorbeeld merkt dat een webtransactie gebruik maakt van het SSL protocol, dat wordt gebruikt bij het inloggen bij banken, dan wordt de gebruiker in een “trusted” virtuele machine gezet, waarin veel minder mogelijkheden zijn en die dus veiliger is. Gaat de gebruiker vervolgens met verdachte applicaties aan de slag, dan schakelt Vibes direct over naar de “playground” virtuele machine. Alles wat de gebruiker daarin doet wordt na het afsluiten van de sessie teruggebracht naar de default situatie.

Essentieel is, zo zegt Tom van Veen van Symantec, "dat iedere sessie zijn afgeschermde grenzen heeft (eigen wereld/vm) waardoor er geen problemen kunnen lekken naar de andere sessies/vm’s." Verder is het mooie aan Vibes is dat het zich niet beperkt tot de browser, zoals de virtuele Firefox die HP samen met Symantec aanbiedt. Met Vibes kun je zelfs gerust een verdachte executable uit je email openen. Met zo’n techniek in het netwerk zouden beheerders heel wat rustiger kunnen slapen.

Jammer genoeg is Vibes nog steeds in ontwikkeling en het zou zelfs kunnen dat het nooit verder komt dan een prototype, al zullen delen van de techniek op termijn waarschijnlijk opduiken in andere producten van Symantec. Het prototype gebruikt VMware en Linux, maar het kan makkelijk worden geport naar andere virtualisatie-producten en besturingssystemen.

Volgens Mark Bregman van Symantec heeft overigens een derde van de projecten in de laboratoria van Symantec te maken met virtualisatie. Bron: Techworld