Het meest in het oog springt de functie LivePower die het CPU-gebruik in de gaten houdt. Als de capaciteit ruim bemeten is, kan LivePower de virtuele machines samenbrengen op een klein aantal servers en de resterende servers op basis van gedefinieerde policy’s uitschakelen. Als de VM-load weer boven een bepaalde waarde uitkomt, schakelt LivePower weer extra fysieke servers in en verdeelt de VM’s over de beschikbare servers.

LivePower is al volledig getest en gecertificeerd voor alle hardware waarvoor Virtual Iron ook is gecertificeerd. Toch waarschuwt de leverancier dat het nog altijd gaat om een ‘experimentele functie’ en adviseert klanten om LivePower voorlopig niet in een productieomgeving te gebruiken.

LivePower heeft erg veel weg van Distributed Power Management (DPM) dat VMware introduceerde in versie 2.5 van zijn VirtualCenter. En evenals LivePower heeft DPM ook nog altijd een experimenteel karakter.

Versie 4.4 van Virtual Irons virtualisatiesoftware biedt ook ondersteuning voor Intels Dynamic Power Node Manager. Deze stroombesparende voorziening zal opduiken in de aankomende Core i7 voor high-end desktops. Deze chip ging tot voor kort door het leven onder de codenaam Nehalem.

Bron: Techworld