Velen beweren dat Vmware zijn populariteit te danken heeft aan het opnieuw uitvinden van de virtualisatiemarkt. Deze technologie werd door IBM midden jaren zestig in het mainframe van Big Blue 704 succesvol geïntroduceerd.

Patrick Lin, director of data centre products bij Vmware, zegt dat de wederopstanding van virtualisatie het mogelijk heeft gemaakt voor mensen om gemakkelijk en zonder al te veel risico, Linux uit te proberen.

Potentiële gebruikers kunnen bekijken hoe hun applicaties vrijwel probleemloos draaien als ze gebruik maken van het Vmware-serverproduct van het bedrijf, die inmiddels gratis is te verkrijgen. Tevens kunnen ze zo de mogelijke conflicten met andere applicaties onderzoeken.

Lin is van mening dat deze aanpak dubbel voordelig is vanwege het aantal Linux varianten dat bestaat. Met zoveel varianten kunnen ontwikkelaars en it-managers er één uitkiezen die precies bij hun eisen aansluit. Het betekent eveneens dat ze de hardware kunnen standaardiseren zonder dat ze dat ook voor applicaties hoeven te doen - er is een spanningsveld tussen de drang te standaardiseren en de noodzaak nieuwe, meer geavanceerde functionaliteit te bieden.

Daarbij komt dat de mogelijkheid zulke vm's in applicaties aan te bieden, managers in staat stelt om zich te richten op de applicaties in plaats van het besturingssysteem - en daar gaat het natuurlijk om. Het is duidelijk volgens Lin dat deze benadering voordelig is: een aantal bedrijven is erg succesvol in het ontwikkelen en verkopen van op Linux gebaseerde hardwareapplicaties.

Veel ontwikkelingen wijzen uit dat deze kijk op Vmware en in het bijzonder Linux een juiste is, en de open-sourcebeweging wordt over het algemeen een steeds hechtere gemeenschap. Maar er is één uitzondering: Xen.

Dit bedrijf spant samen Novell, waardoor Xensource's paravirtualisatiesysteem werd gebundeld met de nieuwste versie van Suse, versie 10.

Tot zover het goede nieuws. Red Hat, dat een aantal keer heeft laten vallen dat het Xen samen met het vlaggenschip OS Red Hat Enterprise Linux zou gaan verkopen - het zit al in de community/developereditie van Fedora Core 5 - maakte een draai van 180 graden en zei dat Xen niet stabiel genoeg was voor bedrijfsgebruik. Daardoor liggen Novell en Red Hat nu met elkaar overhoop. Vmware was ook al niet al te blij.

Was het toeval dat XenSource niet lang daarvoor was een codesharing deal met Microsoft heeft gesloten, waardoor er Microsoft-code in Xen werd ingebracht, hiermee ten doel hebbende Xen toegang te geven tot de virtuele servers van Microsoft?

Het is onwaarschijnlijk dat Microsoft zijn code vrijgeeft - maar er zijn natuurlijk wel vaker gekke dingen gebeurd. Vanuit Microsofts optiek is het een noodoplossing waarmee ze gebruikers willen tegenhouden die een werkend product van Vmware willen gaan gebruiken, simpelweg omdat Microsoft een dergelijk product nog niet in de markt heeft gezet.

Maar hoe het ook zij, de virtualisatiemarkt raakt steeds meer gepolariseerd: aan de ene kant heb je Novell, Red Hat, IBM, Vmware, Openvz en Xen, die allemaal ondersteuning bieden voor of actief ontwikkelen onder het open-source gpl. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich de bedrijven die over het algemeen geloven in gesloten, producentspecifieke code: Microsoft. En Xen, dat daar niet in gelooft.

Tussen deze twee vuren zitten Intel, AMD en andere die ook wel iets zien in de ethiek van open-source, als je uit moet gaan van de marktwaarde die ze eraan hechten. In het geval van AMD is dat redelijk veel, in het geval van Intel een stuk minder.

Het resultaat is dat Vmware en Linux in elkaars armen gedreven worden. En het lijkt alsof Vmware nog wel even een tijdje aan het virtualisatiestuur zal blijven staan. Maar als Microsoft achter je aangesneld komt, buiten adem maar met rasse schreden, dan zou Vmware er nog eens een keer over moeten nadenken wie zijn werkelijke vrienden zijn. De samentrekking conculegialiteit - waarop volgens de meeste de it-industrie inmiddels draait - betekent dat de twee zullen moeten samenwerken om producten te leveren aan klanten die ze werkelijk moeten kopen en implementeren.

Gelukkig voor Vmware is het zo dat de meeste schattingen ervan uit gaan dat dit moment nog twee tot drie jaar verwijderd is. Maar als het moment daar is, dan zal Vmware alle moed moeten opbrengen die het bij elkaar kan schrapen. Bron: Techworld