De benchmark, genaamd Vmmark, bestaat uit richtlijnen voor het opzetten en uitvoeren van prestatiemetingen in gevirtualiseerde omgevingen zoals Vmware die zelf levert.

Met de nieuwe specificatie kunnen beheerders op een gestandaardiseerde manier de prestaties van verschillende Vmware-omgevingen meten. Op die manier kunnen allerlei systemen onder dezelfde werklast met elkaar vergeleken worden. Daarvoor maakt Vmware onder andere gebruik van de gegevens die het de afgelopen jaren bij gebruikers heeft verzameld.

Belangrijk verschil tussen Vmmark en bestaande benchmarks is dat er in een gevirtualiseerde omgeving geen harde limieten zijn aan de onderliggende resources en dat meerdere virtuele machines naast elkaar draaien.

"Traditionele benchmarks meten de prestaties van een server waarop een enkele applicatie als Oracle of SQL Server zo snel mogelijk wordt gedraaid," aldus Reza Malekzadeh, de Europese directeur Product Marketing & Alliances bij Vmware.

"In deze omgevingen wordt één van de onderdelen, de processor, het geheugen of de toegang naar de harde schijf, naar zijn maximale belasting gestuurd. In een gevirtualiseerde omgeving draaien meerdere virtuele machines op een enkele machine en worden de afzonderlijke applicaties niet op die manier beperkt. Daarom is voor het benchmarken van gevirtualiseerde omgevingen een nieuwe methodiek nodig."

Hoewel Vmware de benchmark brengt als een onafhankelijk en open benchmark voor gevirtualiseerde platforms, gaat het expliciet niet om het meten van de prestaties van Vmware zelf.

Dat dit wel relevant is, blijkt uit klachten - niet alleen van concurrenten maar ook van belangrijke partners van Vmware zelf - dat hun virtualisatiesoftware een te grote overhead heeft. Bovendien heeft Vmware het in hun licentievoorwaarden verboden om benchmarkresultaten zonder hun goedkeuring te publiceren. Bron: Techworld