De Xen hypervisor was de meest in het oog springende nieuwe feature van RHEL versie 5 die afgelopen voorjaar verscheen. Virtualisatie is een van de belangrijkste verkoopargumenten voor de Linux-servers van Red Hat. De liefde tussen Xen en de Linux-leveranciers is inmiddels echter bekoeld. Tot voor kort had Red Hat zijn lange-termijn-kaarten op Xen gezet. Hun techneuten klaagden immers herhaaldelijk over de prestaties van VMWare. Maar XenSource, het bedrijf achter de Xen-software, had op zijn beurt weer problemen met de Linux-leveranciers. Deze zouden volgens Simon Crosby, CTO en een van de oprichters, niet geïnteresseerd zijn in de virtualisatie van Windows.

Met de introductie van Xen versie 4 richte XenSource zich dan ook voornamelijk op de virtualisatie van Linux voor het Windows-platform. Kort daarna kondigde Citrix aan het bedrijf over te nemen. Red Hat houdt ondertussen zijn opties open. In de laatste versie van de Fedora distributie, de proeftuin voor technologie die uiteindelijk ook in RHEL terecht zal komen, waren twee nieuwe virtualisatie-pakketten opgenomen: KVM (Kernel-Based Virtual Machine) en Qemu. Het is nog te vroeg om te zeggen of en wanneer deze pakketten in RHEL terecht zullen komen, maar Red Hat heeft al eerder aangegeven zich niet vast te willen leggen op één specifieke virtualisatie-technologie.

Om het mogelijk te maken dat verschillende hypervisors met het Linux operating system gebruikt kunnen worden, heeft de leverancier een speciale virtualisatie-library in het leven geroepen. Deze libvirt fungeert als een abstractielaag tussen operating system en hypervisor-software. Versie 5.1 van RHEL staat gepland voor het komende kwartaal. Over een maand zullen ook de nieuwe Itanium-processoren uitkomen. Deze 9100-serie is maar een kleine update op de huidige Itanium 2 processoren. Of daar ook nieuwe virtualisatie-mogelijkheden in zullen zitten, zoals in de onlangs geïntroduceerde Xeon MP modellen, is nog niet bekend.

Bron: Techworld