Toch zegt XenSource de concurrentie met marktleider VMware aan te willen. Daarbij keert het zich af van de warme relaties die het tot nu toe met de Linux-leveranciers had.

"Symantec en Microsoft zijn onze grote vrienden", zegt oprichter en technisch directeur Simon Crosby. "De samenwerking met Symantec is vooral belangrijk vanwege hun opslagexpertise. Vmware maakt bij zijn resource pooling gebruik van zijn eigen vmfs-bestandssysteem waarop de virtuele machines staan. Dat doorbreekt alles wat bedrijven al hebben ingericht aan opslagbeheer en backup. Zo dwingt Vmware je om naar hun opslagsysteem over te stappen."

"Wij leveren een api waar de storage repository kan worden ingeprikt. Die kan door alle systemen gebruikt worden, bijvoorbeeld ook met nas. Op diezelfde api kun je bovendien je eigen management interface bouwen."

Een ander technisch verschil dat Crosby aanhaalt, is dat in architectuur. "Het VirtualCenter van Vmware draait op een aparte Windows-server. Als je die om wat voor reden dan ook kwijt raakt, weet je niet meer wat waar precies draait. Ons systeem werkt anders. Wij gebruiken een zogenaamde pool leader. Die bedient het managementconsole en zorgt voor de beveiliging. Zijn informatie wordt echter ook naar alle andere systemen gekopieerd. Gaat de pool leader down, dan wordt gewoon een nieuwe aangewezen."

Windows-platform

Eerder dit jaar introduceerde Red Hat versie 5 van zijn Enterprise Linux server (RHEL5). Virtualisatie was verreweg de belangrijkste vernieuwing van deze Linux-distrubutie. Behalve Vmware wordt ook Xen meegeleverd. Daarnaast zijn kvm en Qemu inmiddels opgenomen in Fedora 7, de proeftuin voor de commerci├źle Red Hat-distributies.

Hoewel Xen met de lancering van RHEL5 enorm veel aandacht heeft gekregen, zegt Crosby zich vanaf nu vooral op het Windows-platform te willen richten. "Tachtig procent van de legacy systemen draait Windows. Wij hebben een hele hechte relatie met Microsoft. De architectuur van hun nieuwe Virtualization-software is gebaseerd op Xen, maar hun product blijft simpel. Wij bouwen onze software rond het Microsoft-systeem en zorgen dat Linux op Microsoft draait."

Virtualisatie van Linux

Daarmee keert Xen zich af van de Linux-distributies waar het voorheen vanwege zijn lagere overhead ten opzichte van Vmware een voorkeurspositie had. "Red Hat doet alleen virtualisatie voor RHEL op RHEL. Ze hebben niets aan Windows gedaan. Ze zullen ook nooit ondersteuning op Windows kunnen geven. Dat willen ze niet eens; ze haten Microsoft. Hun klanten bouwen vooral Linux-gebaseerde clusters."

Ook van libvirt, de api waarmee Red Hat zijn distributies onafhankelijk wil maken van specifieke virtualisatie-implementaties, is Crosby niet onder de indruk. "Die is te simpel; hij bevat bijvoorbeeld geen opslagfaciliteiten. Elke keer als de hypervisor veranderd wordt, moet ook libvirt worden aangepast. Je wilt juist een algemene api, die onderdeel is van de ontwikkeling van de hypervisor. Libvirt is Red Hat-specifiek. Xen gebruikt hiervoor DMTF SIM (Distributed Management Task Force, Common Information Model), een industriestandaard voor virtualisatiebeheer."

Een vergelijkbare mening heeft Crosby over Novell. "Dat bedrijf gebruikt virtualisatie vooral om hun legacy te kunnen blijven draaien. We wilden in eerste instantie naar buiten treden via de Linux-leveranciers, maar zijn blij dat we dat uiteindelijk niet hebben gedaan. We zijn nu met Microsoft in zee gegaan om hun te helpen met het virtualiseren van Linux." Bron: Techworld